“Een land dat zijn tradities niet koestert, is als een losgeslagen schip op zee”

25 april 2012

Binnen zes weken verloor de Griekse muziekwereld twee iconen, twee voorvechters van de Griekse volksmuziek. Een aantal weken geleden, op 9 maart, overleed Dómna Samíou. En vorige week, op 19 april, werd de zanger Dimítris Mitropános begraven.

Dómna Samíou, die 83 jaar oud werd, heeft zich haar hele leven lang gewijd aan Griekse volksliederen, de dhimotiká. Haar vader was afkomstig van Smyrna in Klein-Azië en vluchtte in de jaren ’20 van de vorige eeuw naar Athene. Daar werd Samíou in 1928 geboren, in Kesarianí, destijds een stukje platteland buiten Athene, nu één van de vele volgebouwde wijken van de miljoenenstad. Als klein kind begon ze met zingen en al op 13-jarige leeftijd kreeg ze zangles van Simon Karrás, de beroemde musicoloog. In het koor van Karrás groeide haar interesse voor de traditionele Griekse muziek, de dhimotiká. Vanaf de jaren ’50 werkte ze voor radiostation E.I.R. , waar ze vooral deze dhimotiká draaide. Maar blijkbaar was dat werk niet voldoende om haar nieuwsgierigheid naar de volksliederen te bevredigen. Gewapend met een bandrecorder toog zij vanaf de jaren ’60 de Griekse dorpen op het platteland in om de inwoners te vragen hun traditionele muziek voor haar te zingen en te spelen. Ze zag met lede ogen dat deze muziek dreigde te verdwijnen en was ervan overtuigd dat de cultuur behouden diende te worden. “Een land dat zijn tradities niet koestert, is als een losgeslagen schip op zee,” beweerde Samíou. Bij thuiskomst in Athene zong de dame met de karakteristiek grijze kuif de liederen vervolgens zelf na en werden ze op grammofoon uitgebracht. Ook werd in de jaren ’70 een 19-delige tv-serie over haar tochten uitgezonden. In 1981 richtte ze de Καλλιτεχνικός Σύλλογος Δημοτικής Μουσικής Δόμνα Σαμίου (Domna Samiou Greek Folk Music Association) op. Op de website van deze organisatie zijn veel van de liederen die Samíou heeft verzameld, te beluisteren en zijn de volledige teksten te lezen. Zie www.domnasamiou.gr
In augustus 2010 zond de NTR nog een documentaire met de titel ‘Domna en haar kleinkinderen’ uit. De documentaire laat niet alleen het leven en werk van Samíou zien, maar geeft ook een goed beeld van de geschiedenis van de Griekse muziek in de 20e eeuw. De documentaire is nog te zien via www.uitzendinggemist.nl

Ook de zanger Dimítris Mitropános begon al op jonge leeftijd met muziek. Hij was pas 16 toen hij in de jaren ’60 in Atheense café’s laïká zong, de volksmuziek die in de jaren ’50 uit de rebétika is voortgekomen. Bijna vijftig jaar lang werkte hij met musikale grootheden als Grigóris Bithikótsis, Míkis Theodorákis, Mános Chatzidákis en Giórgos Zampétas. De zanger uit Tríkala was in zijn jonge jaren actief bij de Lambrakis-jongeren, een linkse jeugdbeweging. Ook later zou hij altijd zijn linkse sympathieën houden, alhoewel dat amper in zijn muziek tot uiting kwam. Hij zong vooral over de liefde, het onderwerp van de meeste laïká-muziek. Zoals bijvoorbeeld één van mijn favorieten, Κοιμήσου (“Ga maar slapen”) en niet te vergeten zijn lied over Thessaloniki,  Σ’ αναζητώ στη Σαλονίκη (“Ik zoek je in Thessaloniki”) dat hij een paar jaar geleden ook ten gehore bracht in het televisieprogramma Στην Υγειά μας www.youtube.com. Mitropános werd 64 jaar.

Geplaatst in Homepage | Reageren uitgeschakeld

Verdachte abt Efraïm op borgtocht vrij

29 maart 2012

Op 23 januari 2012 schreef ik over de arrestatie van de Griekse abt Efraïm. De abt werd in december, vlak voor kerst, uit zijn klooster op de berg Athos gehaald en naar de Korydallos-gevangenis in Athene gebracht. Daar heeft hij de afgelopen drie maanden doorgebracht vanwege zijn vermeende rol bij een omvangrijk vastgoed-schandaal dat al sinds 2008 de gemoederen bezighoudt.

Vanmiddag werd bekend dat de abt op borgtocht is vrijgelaten. Hij betaalde 300.000 euro, mag het land niet verlaten en moet zich voorlopig wekelijks melden bij het politie-bureau in het dorpje Karyes, het administratieve centrum van de monnikenrepubliek Athos. Zie ook: www.ert.gr

(Foto: www.pentapostagma.gr)

Geplaatst in Homepage, Religie | Reageren uitgeschakeld

Onverwacht vervolg Vatopedi-schandaal

23 januari 2012

De teller stond vanmiddag op 112.111. Dat is het aantal personen dat tot nu toe de online petitie heeft getekend op de website www.freegerontaefraim.com. Op deze site wordt de vrijlating van de gevangen Griekse abt Efraïm bepleit. De makers van de site zijn overduidelijk: “We are convinced that the decision is a deliberate political act intending to defame the Holy Mountain and the Church.”

(Foto: abt Efraïm en het Vatopedi-klooster. Bron: www.freegerontaefraim.com)

Wat is hier aan de hand? Op kerstavond 2011 toog een politiemacht naar het schiereiland Athos in het noorden van Griekenland met het doel abt Efraïm van het Vatopedi-klooster in te rekenen. De 56-jarige geestelijke bleek echter te ziek te zijn om het klooster te verlaten en men besloot dat hij tijdelijk in zijn cel mocht blijven. Drie dagen later werd hij alsnog door de politie naar Athene vervoerd en op 28 december bracht men hem naar de Korydallos-gevangenis in de havenstad Piraeus. De Grieks-orthodoxe abt wordt onder meer beschuldigd van fraude, het witwassen van geld en het verstrekken van onjuiste informatie inzake een vastgoedtransactie.

De arrestatie heeft alles te maken met een omstreden landruil tussen kerk en staat die in het najaar van 2008 bekend raakte. Het zogenaamde ‘Vatopedi-schandaal’ had betrekking op een stuk grond in de buurt van het Vistonida-meer in Thracië dat in handen was van het Vatopedi-klooster. Het betreft een gebied in de noordoostelijke periferie van het land, economisch oninteressant en daarom van weinig waarde. Toch werd het door de leiding van het klooster geruild tegen een grote hoeveelheid waardevolle bouwgrond en onroerend goed in de buurt van Thessaloniki en Athene, allemaal in bezit van de Griekse staat. De monniken van Vatopedi kregen op deze manier gebouwen en grond ter waarde van ettelijke miljoenen in handen. De staat zou er meer dan 100 miljoen euro armer van zijn geworden. Verschillende betrokken politici die betrokken zouden zijn bij de illegale grondtransactie zijn er naar alle waarschijnlijkheid persoonlijk wél beter van geworden. Ik schreef er in december 2008 al een stukje over op mijn blog, zie www.andergriekenland.nl.

De affaire bleef destijds niet zonder gevolgen. De kabinetschef van premier Karamanlis, Yiannis Angelou, werd de laan uit gestuurd. Ook minister van scheepvaart Giorgos Voulgarakis moest het veld ruimen. Hij nam zelf ontslag omdat zijn vrouw Ekaterini Peliki als notaris bij de vastgoed-ruil betrokken was geweest. En de volgende in de rij was minister van staat en woordvoerder van de regering Theodoros Roussopoulos. Hij bezocht het klooster van Efraïm regelmatig voor spirituele begeleiding en raakte verdacht vanwege zijn in korte tijd verworven dure villa’s.
Twee onderzoeksrechters die op de zaak waren gezet, namen al snel na de start van hun werkzaamheden ontslag. Een derde rechter concludeerde dat de politieke kopstukken van de Nea Dimokratia (ND) niets verweten kon worden. Maar uiteindelijk kostte de affaire de conservatieve ND de kop; bij de verkiezingen van oktober 2009 behaalde de PASOK een overwinning en maakte Karamanlis plaats voor Papandreou.
En daar bleef het niet bij. Het gerechtelijk onderzoek werd voortgezet en opnieuw leven ingeblazen door de nieuwe regering. Daarna bleef het even stil. Iedereen in binnen- en buitenland was de afgelopen twee jaar gefocust op de economische crisis, de vele demonstraties en de vraag of de Grieken hun schulden wel konden terugbetalen. Totdat het gerechtshof in december 2011 vrij onverwacht besloot dat Efraïm en zijn financiële rechterhand Arsenios toch weer achter de tralies moesten. De twee geestelijken betaalden echter een borg van 200.000 euro en konden voorlopig – in afwachting van de definitieve rechterlijke uitspraak – terugkeren naar hun sobere cel in de Griekse provincie Macedonië.

(Foto: abt Efraïm bij het verlaten van het klooster. Bron: www.ekathimerini.com)

En plotseling was daar met kerst het nieuws dat Efraïm in de boeien was geslagen. De arrestatie maakte uiteraard veel reactie’s los in binnen- en buitenland. De abt lijkt vele sympathisanten te hebben. Naast de oprichters en ondertekenaars van bovengenoemde pro-Efraïm website hebben woordvoerders van de Griekse kerk, het Oecumenische patriarchaat van Constantinopel en diverse Griekse bisdommen hun kritiek geuit en hun afschuw laten blijken. Ook is er opvallend veel steun vanuit Russische hoek. Het Russische Ministerie van Buitenlandse Zaken gaf een verklaring waarin de arrestatie werd afgekeurd, diverse Russische religieuze groeperingen bestempelden de gebeurtenis als een grove belediging voor het orthodoxe christendom en de Russische kerk drong aan op een objectief onderzoek. Op Cyprus, waar Efraïm onder de naam Vasilis Koutsou is geboren, demonstreerden honderden mensen voor de deuren van de Griekse ambassade. En niet alleen de geestelijkheid roerde zich. Zo was daar ook al vrij snel een toespraak in het parlement van Giorgos Karatzaferis, de partijleider van de rechts-nationalistische LAOS, die onder meer waarschuwde voor het gevaar van het ruïneren van de Griekse relaties met Rusland.

Waarom wordt de abt nu juist op dit moment vastgezet? Dat is in feite de belangrijkste vraag. Zijn de rechters bang dat Efraïm het land verlaat? Hoogst onwaarschijnlijk. Is de arrestatie bedoeld om de kerk in een kwalijk daglicht te stellen, zoals de makers van de bovengenoemde website stellen? Wil men misschien de aandacht afleiden van de politieke instabiliteit? Allemaal niet heel plausibel.
Is de daadkrachtige actie van de rechterlijke macht een manier om de publieke opinie te beïnvloeden? Dat zou wel kunnen. Over een paar weken vinden de landelijke verkiezingen plaats. Veel Grieken zijn van mening dat de orthodoxe kerk – na de staat de grootste grootgrondbezitter van het land – ook haar steentje zou moeten bijdragen in de bezuinigingen en de hervormingen van de belastingen. De rijkdom van de kerk is een taboe, maar volgens ingewijden bezit zij een groot pakket aandelen van de belangrijkste bank van Griekenland, zou de vastgoed-portefeuille miljarden waard zijn en wordt er amper belasting betaald. Niet voor niets heeft de Griekstalige Facebook-pagina ΥΠΟΓΡΑΨΤΕ ΝΑ ΦΟΡΟΛΟΓΗΘΕΙ ΚΑΙ Η ΕΚΚΛΗΣΙΑ, waarin wordt opgeroepen om een petitie te tekenen die tot doel heeft de kerk belasting te laten betalen, net als de pro Efraïm-website al meer dan 100.000 leden.

(Bron: www.facebook.com )

 


Geplaatst in Homepage | Reageren uitgeschakeld

Paul Theroux- The Pillars of Hercules

16 januari 2012

De Amerikaanse schrijver Paul Theroux is vooral bekend vanwege zijn reisboeken over bestemmingen die voor de meeste Europeanen redelijk exotisch zijn. Zo reist hij in The Great Railway Bazaar dwars door Azië, verhaalt hij in The Old Patagonian Express over een trektocht van Noord- naar Zuid-Amerika en doorkruist hij in The Happy Isles of Oceania de Pacific. Toch heeft de schrijver ook een boek geschreven over een gebied dat – met name voor iemand met zoveel reiservaring – helemaal niet exotisch is: het Middellands Zee-gebied.

In The Pillars of Hercules beschrijft Theroux zijn reis langs de kusten van zo ongeveer alle landen rond de Middellandse Zee. Hij vertrekt bij de Rots van Gibraltar en eindigt in Ceuta, de Spaanse enclave in Marokko. Volgens de Griekse mythologie vormen deze twee plekken de twee zuilen van Hercules. De mythische figuur Hercules (of Herakles, in het Grieks), zou het Atlasgebergte- dat Afrika met het Iberisch schiereiland verbond – in tweeën hebben gereten. Aan de ene zijde van de doorgang wierp hij de Rots van Gibraltar neer, aan de ander zijde de rotspunt bij Ceuta.

Met de ondertitel A Grand Tour of the Mediterranean verwijst de schrijver licht ironisch naar de reizen die de telgen van met name de Britse elite in de 18e en 19e eeuw maakten. Een dergelijke ‘Grand Tour’ had als voornaamste bestemming het voormalig Romeinse rijk, en was bedoeld om wijsheid en ervaring op te doen. Iets dergelijks geldt ook voor Theroux’ reis. In het eerste hoofdstuk legt hij uit dat hij de Mediterranee altijd heeft gemeden, omdat hij het idee had dat het toerisme de hele regio heeft verpest: “I suspected that from one end to the other it was nothing but urbanization and clip-joints.” En daar zit Theroux niet op te wachten, want – zoals hij elders in het boek schrijft -: “All places, no matter where, no matter what, are worth visiting. But seldom-visited places where people were still living settled traditional lives seemed to me the most worthwhile, because they were the most coherent – they were readable and nearly always I felt uplifted by them.”

Theroux vertrekt dan ook in het najaar, om in ieder geval de toeristenhordes te ontlopen. Een wijze beslissing, vooral ook omdat hij de kustlijn volgt en niet voornemens is het binnenland in te trekken. Hij reist per bus, trein of boot, en ontmoet op die manier veel andere reizigers en inwoners. Gibraltar wordt gevolgd door Spanje, hij maakt een zijsprong naar Mallorca en gaat naar de Franse Riviéra. Alhoewel zijn reis dan in feite net is begonnen, blijkt Theroux zijn beeld hier al enigszins bijgesteld te hebben. De Mediterranee intrigeert hem wel degelijk: “The Mediterranean here was an enigma. It was corrupt, it was pure. There were horrible apartments, there were beautiful headlands. There were nasty tycoons, there were friendly folks. The sea was polluted and blue, the sea was a green in-fizz of stillness.”
De reis wordt voortgezet. Vanuit Nice neemt Theroux de boot naar Corsica, Sardinië en Sicilië en vervolgens naar het vasteland van Italië. Vanuit het noorden Italië waagt hij het zelfs de kustgebieden van voormalig Joegoslavië te bezoeken en bereikt hij uiteindelijk ook Albanië.
Jammer genoeg zet hij zijn reis dan niet voort, maar gaat hij een aantal maanden naar huis in Honolulu. Dat heeft, zoals hij schrijft, alles te maken met het feit dat het voorjaar inmiddels is aangebroken en hij niet tijdens de zomermaanden in Griekenland wil belanden. Als hij in september terugkeert in het Middellands-Zeegebied voor het vervolg van zijn reis, doet hij dit op het luxe cruiseschip Seabourne Spirit. De opvarenden betalen 1000 dollar per dag per persoon, maar Theroux is er op uitnodiging van de rederij. Met de andere gasten bezoekt hij een deel van Griekenland en Turkije, waarna hij in Istanbul van boord gaat. Als enige westerse passagier op een Turks schip bezoekt hij Egypte, Israël en het Turkse deel van Cyprus. Vervolgens trekt hij vanuit Turkije naar Syrië, bezoekt hij het Griekse deel van Cyprus en Rhodos, maakt hij de oversteek naar Tunesië en gaat hij via de Spaanse kust weer naar Noord-Afrika, waar zijn reis eindigt in Marokko.

Op de laatste twee pagina’s maakt Theroux de balans op: “Mediterranean travel for me – for many people – was sometimes ancestor-worship and sometimes its opposite. This was unlike any other trip I had taken, because although the journey was over, the experience wasn’t. …. and I knew I would go back.”

Geplaatst in Homepage | Reageren uitgeschakeld

Sándor Márai- Vrede op Ithaca

30 december 2011

“Het geweten van de mensheid heeft het idyllische einde van de Odyssee nooit kunnen aanvaarden. Met de vierentwintigste zang, de grote hymne van de vredesluiting, kon deze hartstochtelijke vertelling niet voltooid zijn. De lezers hebben in alle tijden aangevoeld dat Ulysses zijn definitieve bestemming niet kan hebben gevonden in de idylle van de thuiskomst. De bedoeling van de dichter – of de dichters – laat zich raden: het epos heeft voor Ulysses nog meer reizen in petto”, zo staat in het nawoord van het boek Vrede op Ithaca. Volgens de schrijver van deze woorden, Sándor Márai, dient het wereldberoemde epos een vervolg te krijgen. In de jaren vijftig nam hij de taak op zich de definitieve bestemming van Ulysses op te tekenen.

De wereldberoemde Odyssee van de Griekse dichter Homeros beschrijft de zwerftocht van de held Odysseus na afloop van de Trojaanse oorlog. Pas na twintig jaar keert hij thuis op het eiland Ithaka waar hij met zijn vrouw Penelope wordt herenigd. Daar waar dit epos eindigt, haakt Sándor Márai zoals gezegd in. Hij verzint als het ware een vervolg op dit wereldberoemde verhaal. Deze voortzetting – waarin Márai Odysseus de Latijnse naam Ulysses geeft – wordt vanuit drie personen verteld. Ulysses’ vrouw Penelope, hun zoon Telemachus en zijn bastaardzoon Telegonus vertellen ieder vanuit hun perspectief wat er zoal gebeurt. Ulysses is teruggekeerd als een andere man. Er is alles behalve vrede op Ithaka, zoals de titel suggereert. In de woorden van Penelope: “… hij keek anders dan ooit tevoren in zijn leven. Anders dan toen hij zich opmaakte om negen jaar strijd te gaan leveren onder de muren van Troje en nog eens tien jaar langs vreemde grotten te zwerven, in de armen van twijfelachtige vrouwen te liggen en zijn pezige lijf aan het bittere schuim van de herfstzee te laven, terwijl ik me aftobte met de vrijers en de stelende veehoeders en met de opvoeding van onze voortreffelijke, maar ietwat nonchalante zoon.” De held besluit zelfs zijn geliefde Penelope weg te sturen; zij wordt verbannen naar Mantinea op de Peloponnessos.

De drie familieleden proberen stuk voor stuk de figuur Ulysses te begrijpen en te ontrafelen. Zij vertellen ieder over de man die ze menen te kennen. Penelope sluit echter haar verhaal af met de woorden: “Ik geloof dat hij zo was, of ongeveer zo. Maar in werkelijkheid kan ik niet weten hoe hij was, want ik was slechts zijn vrouw.” En ook de twee zonen trekken een soortgelijke conclusie.

Sándor Márai, geboren in het toenmalige Oostenrijk-Hongarije, verliet zijn vaderland in 1942, op de vlucht voor het communisme. In de eerste jaren woonde hij in Italië, waar hij onder meer dit boek schreef, dat in 1952 werd gepubliceerd. Later emigreerde hij naar de Verenigde Staten, waar hij in 1984 zelfmoord pleegde. De schrijver lijkt met dit boek het verhaal van zijn eigen leven te hebben verteld. “Als een man zijn huis verlaat en onherroepelijk op reis gaat, zal hij naderhand nooit meer helemaal thuis kunnen komen. Dat heb ik ervaren” zoals Penelope het uitlegt.

 

 

 

Geplaatst in Homepage | Reageren uitgeschakeld

De laatste Griek

6 december 2011

Afgelopen week las ik de roman ‘De laatste Griek‘ van Aris Fioretos. In eerste instantie lijkt er weinig Grieks aan deze schrijver, behalve zijn naam. Hij is geboren en getogen in Zweden, is een kind van een Griekse vader en een Oostenrijkse moeder, en studeerde onder meer in Parijs en de Verenigde Staten. Hij vertaalde werk van beroemde Duitstalige, Franstalige en Amerikaanse schrijvers in het Zweeds. Hij recenseert voor een Zweedse krant en schrijft zelf ook al zo’n twintig jaar boeken in de Zweedse taal. Sinds vorig jaar is hij daarnaast ook nog hoogleraar esthetiek aan het University College van Stockholm.

Toch blijkt er meer Grieks in hem dan dit beknopte CV doet vermoeden. In 2009 schreef hij het boek ‘Den sista greken‘ , dat nu is vertaald in het Nederlands als ‘De laatste Griek‘. De hoofdpersoon van de roman is Jannis Georgiadis, een boerenzoon uit Ano Potamiá in Grieks Macedonië. Zijn ouders zijn in 1922 uit Smyrna gevlucht voor de troepen van Atatürk en in deze Noordgriekse streek terecht gekomen. Makkelijk is het leven dan nog steeds niet. Er is veel armoede, de oorlog breekt uit en communistische landgenoten schieten zelfs op een zeker moment alle mannen van het dorp dood.
Jannis besluit zijn heil elders te zoeken en verlaat midden jaren ’60 zijn geboortedorp. Hij reist per trein af naar Zweden, waar zijn schoolvriend Kostas Kezdoglou ook al woont. Ook diens zusje, Efi Kezdoglou, Jannis’ jeugdliefde, is naar Zweden geëmigreerd. Het dramatische verloop van deze jeugdliefde – en de keuze van Jannis voor een Zweedse schone – is een van de vele verhaallijnen in het boek.

Met deze persoonlijke geschiedenis van Jannis en de zijnen schetst Fioretos iets van de 20e eeuwse geschiedenis van Griekenland. Hij schrijft over de verdrijving van de Grieken in 1922 uit Klein-Azië, hun nesteling – en worsteling daarbij – in de Griekse samenleving, de burgeroorlog, het kolonelsregime en tot slot de veelvuldige emigratie van Grieken naar noordwestelijk Europa met de bijbehorende taal- en aanpassingsproblemen, het gemis en verdriet, verlies en verlangen.

De laatste Griek‘ kreeg in Zweden de Swedish Radio Novel Prize en werd genomineerd voor de August Prize. In ons land schreef Lex ter Braak in Vrij Nederland een lovende recensie. “De laatste Griek is de elastische oefening van het geheugen, oprecht oorspronkelijk en poëtisch geschreven.” En dat is wel degelijk waar. Het boek is niet makkelijk leesbaar vanwege de verwarrende structuur van het verhaal, reden voor een ander recensent om het boek ‘een literair dwaalspoor’ te noemen. Het perspectief verandert voortdurend, de stijl wisselt, Fioretos jongleert met het aspect tijd en gebruikt vele flashbacks. “Frameworks within frameworks”, schreef een Zweeds journalist bijvoorbeeld. De aanhouder wint, zou ik bijna willen zeggen. Puzzelstukjes vallen wel degelijk op hun plek naarmate je verder leest en gaandeweg wordt duidelijk wat Fioretos de lezer wil vertellen.

En tot slot: het motto van het boek is van Goethe: “Jeder sei auf seine Art ein Grieche…”
Inderdaad. Ook Fioretos.

Geplaatst in Literatuur | Reageren uitgeschakeld