Tentoonstelling: The Roma Journeys

Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on FacebookPin on PinterestEmail this to someone

logo_comp-822 september 2008,

Vandaag is er in Athene een bijzondere tentoonstelling van start gegaan. The Roma Journeys laat foto’s zien van het leven van Roma in verschillende Europese landen. De Deense fotograaf Joakim Eskildsen reisde 6 jaar lang door Griekenland, Hongarije, Roemenixeb, Frankrijk, Finland, Rusland en India. In Griekenland bezocht hij de Roma in de voorsteden van Athene en de moslim-Roma van Thracië.
In een interview met Eskildsen las ik dat het idee voor dit project ontstond toen hij terugkeerde van een maandenlang verblijf in Zuid-Afrika. Hij had veel nagedacht over apartheid en realiseerde zich bij terugkomst dat ook Europa haar eigen apartheid heeft: die van de Roma. Met zijn foto’s wil hij inzicht geven in de leefomstandigheden van de Roma. Behalve in een tentoonstelling zijn de foto’s ook te bewonderen in het boek onder dezelfde titel: The Roma Journeys.
Als de journalist in hetzelfde artikel hem vraagt welke Roma-gemeenschap in al die landen hem het meest verraste, noemt hij – vanwege de mensonterende omstandigheden – Nea Zoi bij Athene: “Just outside Athens, some 3000 Roma live in an old garbage dump, totally in the hands of the authorities who do whatever they like to them. About every two months, their barracks are bulldozed by the municiplaity who in doing so, acts illegally, but since many Roma do not know their rights, and nobody protects them, this crime towards them can continue – all just next to Athens, the so called cradle of Western civilization.” En, zo vertelt hij, wat hem het meest verbaast, is dat de niet- Roma denken dat de Roma zo willen leven, en dat het deel van hun cultuur is. Niemand wil zo leven, en het is zeker geen deel van hun cultuur, maar het resultaat van honderden jaren achterstelling, zo benadrukt Eskildsen.
De uitspraken van de fotograaf sluiten aan op het beeld van verschillende mensenrechtenorganisaties dat de leefomstandigheden van de Griekse Roma slechter zijn dan die van de Roma in andere Europese landen. Afgelopen week bezocht de VN-gezant Gay McDougall de Griekse zigeunerkampen en concludeerde ook zij dat de inwoners in onacceptabele omstandigheden leven en dat de overheid veel meer moet doen om deze te verbeteren.
De tentoonstelling The Roma Journeys wordt gehouden in het gebouw van de Hellenic American Union (HAU) in Kolonaki en gaat vergezeld van diverse andere activiteiten. Zo is er tijdens de opening een concert van Kostas Hatzis, vindt er een avond met Roma poezië en volksverhalen plaats, is er een zigeuner-jazz concert en worden er verschillende Griekse documentaires over Roma getoond. In de laatste week (de tentoonstelling loopt tot 22 oktober) vinden er twee paneldiscussies plaats.
Zie ook de website van de Helennic American Union: www.hau.gr en de website van Joakim Eskildsen: www.joakimeskildsen.com

Dilemma in de Agrafa

Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on FacebookPin on PinterestEmail this to someone

logo_comp-711 september 2008,

“I went because the name of the place means unwritten. Since I had first heard of Agrafa, I knew I had to see it”, schreef de Amerikaanse journalist Sean Brander begin augustus in de Athens News. Brander maakte afgelopen zomer een trektocht door de Agrafa en schreef daar 2 artikelen over.
Agrafa is het noordelijk deel van het departement Evritania. Het langgerekte Pindus-gebergte, dat als een ruggengraat van Albanië tot aan de Golf van Korinthe het vasteland van Griekenland vormt, loopt hier dwars doorheen. Bergen, bossen en rivieren, dat zijn de kenmerken van dit gebied en daarom wordt het ook wel het Zwitserland van Griekenland genoemd.
Agrafa, dat ‘onbeschreven’ betekent, dankt zijn naam aan het feit dat de Turken tijdens hun eeuwendurende heerschappij geen grip konden krijgen op de dorpen in deze onherbergzame streek. De bergen in de Pindus vormen in dit gebied 2000 meter hoge wanden die de dorpen omsluiten. De enige smalle doorgang wordt gevormd door de plaats waar de Agrafiotis-rivier via het Krematonmeer richting zee stroomt. De ontoegankelijkheid en onbegaanbaarheid gaven de Turkse autoriteiten in die periode weinig mogelijkheden de regio onder controle te krijgen. De dorpen bleven daardoor ‘onbeschreven’ in de belastingboeken van de Turkse overheid. Om toch een zekere controle te hebben, stelde de sultan een plaatselijke leider aan en verleende hij de inwoners een vorm van zelfbestuur. Maar het vermoeden bestaat dat er al veel langer sprake was van onbeschrevenheid en autonomie, nog voordat de Turken het huidige Griekenland veroverden, in de Byzantijnse tijd.
Ook ik dacht een paar jaar geleden: een Grieks gebied waarvan de naam Onbeschreven betekent, wiens inwoners de Onbeschrevenen worden genoemd, dat alle reisgidsen links laten liggen en waar een kaart amper lijnen aan besteed, daar wil ik heen. In de zomer van 2004 maakte ik dan ook een trektocht vanuit het dorp Neochori aan het Plastirameer dwars door de Agrafa.
Het gebied was inderdaad nog redelijk onaangetast en dunbevolkt. Pensions en hotels waren amper te vinden, zodat we een paar keer noodgedwongen buiten sliepen, meestal in de tuin van een kerk. De inwoners waren allemaal op leeftijd. “Je vindt hier alleen maar stenen en oude mannen” zoals een van de inwoners in het dorpje Vrangiana het zelf zei. De weinige pickup trucks die ons passeerden, boden ons stuk voor stuk een lift aan, want dat is men gewend in gebieden waar men op elkaar is aangewezen. De jonge onderwijzer van het dorp Agrafa, Vangelis, was blij een keer met andere mensen dan de plaatselijke inwoners te kunnen te praten, en bestookte ons dan ook met verhalen over de regio, het dorp, de plaatselijke weldoener (de oprichter van de landelijke parfumerie-keten Hondos Center) en de problemen van het Griekse onderwijssysteem. De ochtend van vertrek kregen we een paar kilo pruimen voor onderweg.
Kortom: het was fantastisch, ongerept, hartverwarmend. En interessant, want een soort laatste Terra Incognita. Toch hadden we ook kritiek. We betreurden de aanleg van de verschillende asfalt- en zandwegen door de bergstreek. Veel oude paden die nog op onze kaart stonden, waren inmiddels verdwenen. Door bulldozers vernietigd in een drang tot het ontsluiten van het gebied. De inwoners waren blij, want zo was de route naar een bank of supermarkt minder problematisch dan voorheen. En kon je misschien nog op tijd een ziekenhuis bereiken als je een hartinfarct kreeg, zei één van de senioren onderweg, enigszins weifelend.
Ook de Amerikaanse journalist worstelde met dit dilemma. Hij beklaagde zich bij de Agrafioot die hem een lift gaf over de moeite die het kostte een wandelpad te vinden in een gebied waar wegen werden aangelegd. De Griek bepleitte juist het aanleggen van nog meer wegen en vervloekte de politici die niet voor nog meer asfalt zorgden.
”All the roads I had seen, all the roads I had gotten sick of, and again I met someone who only wanted more of them” , zo schreef Brander. ” To me they were only destruction. To the people of the Agrafa, they were a sign of prosperity and connection – when they were good, anyway – and a sign of lingering poverty and isolation when they were poor. To connect with the world no longer meant destruction; it meant survival. It meant escape,” zo concludeerde hij.

 

De diversiteit van de Atheense grafiti

Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on FacebookPin on PinterestEmail this to someone

logo_comp-82 september 2008,

In de Athens Plus, de wekelijkse bijlage van de Griekse krant Ekathimerini, was het hoofdartikel 2 weken geleden gewijd aan het thema grafiti. Geen vergezocht onderwerp in een nieuwsarme zomerperiode, maar een actueel en relevant thema.
De stad Athene is tegenwoordig namelijk één groot toneel van grafiti. Een paar maanden geleden ben ik gedurende een hele dag in de hoofdstad bewust op zoek gegaan naar grafiti. Ik kwam ogen tekort. Het aanbod was groot en enorm divers. In de linkse wijk Exarchia wemelde het van de politieke leuzen en symbolen als hamers en sikkels. Passend bij de geschiedenis en identiteit van deze wijk.
In de trendy stadsdelen Psiri en Gazi – toneel van jong, artistiek en hip Athene – waren het met name de metershoge blinde muren die van enorme grote kunstwerken waren voorzien. Sommige waren prachtig. Van de muur tegenover het Technopolis-complex in de wijk Gazi kon ik bijvoorbeeld geen genoeg krijgen, en ook de grote tekening bij de metro-ingang Monastiraki (van dezelfde kunstenaar?) kan zo een museum in.
In de wijkjes Plaka en Anafiotika, aan de voet van de Acropolis, was het een amalgaan van geklad, leuzen en kleine tekeningen.
Afdalend vanuit de Lykavittos-heuvel kwam ik bij het Panatinaikos-stadion terecht. Daar waren het de kleuren gifgroen en geel van de Atheense voetbalclub die de muren sierden.
Ik had een geweldige dag. Het leek wel alsof iedere wijk zijn identiteit via de grafiti prijsgaf. Het gemeentebestuur van de stad Athene denkt daar blijkbaar toch anders over. Zij willen de strijd aangaan met de grafiti en hebben nu besloten een groep kunstenaars de opdracht te geven gebouwen te verfraaien. De bestuurders denken de grafiti-kunstenaars tegemoet te komen door ze lege muren aan te bieden. Ze denken ‘cool’ over te komen en op die manier de jongeren voor zich te winnen. Die zullen dan op hun beurt geen illegale graffiti meer aanbrengen en bij de volgende verkiezingen misschien ook nog wel op hun stemmen, is het idee.
Dat idee lijkt mij pure onzin. Een politieke partij moet volgens mij heel wat meer doen (of laten) om te worden gesteund door een stadsbewoner. Daarnaast is de relatie tussen het aanbieden van een kale muur aan een kunstenaar en het wegblijven van illegale grafiti, te simplistisch.
De ene kunstenaar zal inderdaad vrolijk de door de overheid beschikbaar gestelde muur beschilderen, en zich daarna koest houden. De ander zal diezelfde nacht misschien nog wel ergens een muurtje illegaal bespuiten. De derde wil niks met de overheid te maken hebben, en zal het vertikken zijn kunstje te vertonen voor diezelfde overheid. De vierde zit niet in de juiste kunstenaars-scene en valt buiten de boot c.q. het overheidsproject. Dan is er nog degene die alleen de behoefte voelt ‘weg met de buitenlanders’ op een muur te spuiten, en de zesde die graag zijn liefde voor Eleni aan het beton wil toevertrouwen. Kortom, de grafiti-wereld is niet homogeen, maar bestaat uit een diversiteit van verschillende stijlen, aanpakken, achtergronden en beweegredenen. Dat zouden ook de stadsbestuurders kunnen weten als ze, net als ik, een rondje door de stad zouden maken.

De Europese wassen neus

Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on FacebookPin on PinterestEmail this to someone

logo_comp-1023 augustus 2008,

Afgevaardigden van de Europese Commissie bezochten in juni Griekenland om te bekijken of de overheid al vorderingen heeft gemaakt met het opruimen en sluiten van illegale stortplaatsen.
De achtergrond hiervan is dat de Europese Commissie Griekenland vanwege het enorme aantal illegale stortplaatsen een boete heeft opgelegd. Vanaf 1 januari geldt een dwangsom van 34.000 euro per dag per stortplaats, waarbij de commissie uitgaat van een lijst van 1555 lokaties. Een snelle rekensom leert dat het gaat om meer dan 50 miljoen euro per dag!
Wat hebben die commissieleden tijdens hun reis gezien, vraag ik me af. Waar zijn ze gaan kijken? Werden ze door een Griekse ambtenaar rondgeleid? Maakten ze een goed georganiseerd tochtje langs de highlights van de sluitende stortplaatsen?
Ik zou de Brusselse afgevaardigden willen aanraden gewoon een ticket naar een willekeurig Grieks eiland of gebied te boeken, een auto te huren, of beter nog: te voet het landschap te verkennen.
Tijdens mijn reis naar Corfu afgelopen juni maakte ik foto’s van een illegale stortplaats. Per toeval stuitte ik op deze rotzooi tijdens een tochtje van het dorp Pelecas via Kato Pavliana naar Aghios Gordis en weer terug. Waarschijnlijk komt deze lokatie niet eens voor op de lijst van ‘door de EU erkende illegale stortplaatsen’.
Zolang de Europese Commissie geen vuist maakt, hebben de talloze regels, procedures, adviezen en ingebrekestellingen geen enkel nut en kunnen deze foto’s nog vele jaren worden gemaakt.
Lees voor meer informatie mijn artikel ‘Napolitaanse toestanden. De afvalproblematiek in Griekenland’ dat in het laatste nummer van Lychnari werd gepubliceerd.

Trektocht door de Mani

Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on FacebookPin on PinterestEmail this to someone

logo_comp-718 augustus 2008,

De Volkskrant heeft een wedstrijd uitgeschreven. Iedereen kan een stuk inleveren met als thema ‘Vakantiegeluk’ en op die manier meedoen met de Volkskrant Reizen Zomerverhalenwedstrijd. Afgelopen vrijdag heb ik een bijdrage ingeleverd over een trektocht die ik maakte door het Taygetos-gebergte op de Peloponnessos. Het artikel mag niet langer zijn dan ongeveer 600 woorden, en dat bleek lastig.

Trektocht door de Griekse Mani. In de voetsporen van Patrick Leigh Fermor.
“‘Mani!’ riep iedereen uit. Waarom wilden we daarheen? Het was een verschrikkelijk volk: wilde, verraderlijke mensen, messentrekkers, – machairovgaltes en ze schoten op mensen vanachter de rotsen.” Dit was de waarschuwing die de Brits-Ierse schrijver Patrick Leigh Fermor kreeg toen hij in de jaren vijftig in het Griekse dorp Anavriti vertelde dat hij de Mani wilde bezoeken.

De Mani is de naam van een schiereiland op de Peloponnessos, een van de meest afgelegen en onherbergzame gebieden van Griekenland. Dit is vooral te danken aan het meer dan 2000 meter hoge Taygetos-gebergte, dat de ruggengraat van de Mani vormt. Het ontoegankelijke gebied was eeuwenlang een perfect toevluchtsoord voor bandieten, piraten en vrijheidsstrijders.
Wij beginnen onze trektocht door de Mani in de stad waar de beste olijven ter wereld vandaan komen, Kalamata. De bus richting de stad Sparta brengt ons via de Langada-kloof naar een bergpas. Vanuit deze pas lopen we over zandpaden door prachtige naaldbossen. In het schijnbaar verlaten dorp Pigadia slapen we die nacht onder de plataan op het dorpsplein.
’s Avonds blijkt er toch nog een dorpsbewoner te zijn: de herder Miltiades. Hij trakteert ons op zelfgemaakte wijn en een enorme blok feta.
De dag daarna begint onze bergtocht bij een eeuwenoud pad, een kalderimi , door de Rindomo-kloof, waar de wanden begroeid zijn met weelderige hang- en klimplanten. Via een kapel met de prachtige naam Panagia Kapsodhematousa bereiken we ‘s avonds het gehucht Rindomo. Daar treffen we een echtpaar aan dat bezig is de Griekse bergthee, tsaï vounou, te verzamelen. Giorgos en Eleni gaan iedere zomer een aantal weken naar hun hutje, verzamelen de bergthee en verkopen de balen aan het einde van de zomer aan een handelaar. We slapen die nacht op hun erf, eten spaghetti met bakalou (gedroogde kabeljauw) en kijken gezamenlijk naar de sterrenhemel.
In het fletse ochtendlicht lopen we de derde dag dwars door de kern van het Taygetos-gebergte, langs de Pentadaktilos (letterlijk: de Vijfvingerige) oftewel de 5 hoogste toppen, naar het zuiden. Het landschap is prachtig, maar tegelijkertijd desolaat en droog. Het pad is lastig te vinden en talloze geitenpaadjes brengen ons steeds op het verkeerde spoor. Toch bereiken we aan het einde van de middag een prachtig gehucht, bestaande uit kleine huisjes en blokhutten die alleen in de zomermaanden worden bezocht. ‘s Winters ligt de sneeuw hier vaak meters hoog. Van de enige aanwezige ziel kunnen we anderhalve liter zelfgemaakte wijn kopen, die we vervolgens niet hoeven te betalen. De wijn gaat moeiteloos op.
De volgende dag kiezen we voor het pad dat westwaarts de Viros-kloof in duikt. Deze kloof is de makkelijkste manier om vanuit de bergen af te dalen naar zee. Alleen: de kloof is maar liefst 20 kilometer lang en overbrugt een hoogte van 1500 meter! Dat blijkt niet mee te vallen. Desondanks belanden we na een lange dag aan het einde van de kloof en zitten we diezelfde avond nog met een koud biertje op een terras aan zee in het dorp Kardamyli.
Het ‘verschrikkelijk volk’ waar Fermor voor werd gewaarschuwd, hebben wij niet aangetroffen. Integendeel. Ook hij blijkbaar niet, want toen hij hier in Kardamyli uitrustte van zijn tocht over de Taygetos, verzuchtte hij: “Het was een heel verleidelijke gedachte een van hen te worden, me voor maanden met boeken en schrijfpapier in dit kleine hotel te vestigen.” Blijkbaar heeft die gedachte hem nooit meer losgelaten, want een aantal jaren na de publicatie van zijn boek over de Mani, koopt hij in Kardamyli een stuk grond en vestigt hij zich daar in het door hemzelf ontworpen huis. Tot op de dag van vandaag woont de inmiddels 93-jarige schrijver hier.

Vanishing Greece

Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on FacebookPin on PinterestEmail this to someone

logo_comp-76 augustus 2008,

Al jaren was ik op zoek naar het boek Vanishing Greece. Eind jaren ’90 had ik het zien liggen in het kleine boekwinkeltje in de hoofdstraat van Kardamyli op de Peloponnessos, maar toen reisde ik te voet met een rugzak door het Taygetos-gebergte. Ik had net gewichtbesparende maatregelen getroffen zoals het afbreken van het handvat van mijn tandenborstel, het weggeven van het net uitgelezen boek en het achterlaten van een paar extra sokken. Het kopen van dit zware fotoboek tijdens deze bergtocht zou wel erg stom zijn geweest.
Ik dacht het boek na afloop van die tocht in Nederland nog wel ergens te kunnen vinden, maar dat lukte niet. Ook jaren later, via internet, kreeg ik het boek niet te pakken. Het was uitverkocht, out of print. 3 weken geleden, tijdens mijn allerlaatste avond op Corfu, lag het boek daar ineens, tot mijn verbazing, in een kleine boekwinkel in Corfu-stad. Deze keer geen rugzak, maar een koffer en een huurauto, dus het boek was snel gekocht.
Vanishing Greece is een boek met prachtige foto’s van de Britse fotograaf Clay Perry. “This is the real Greece, which most tourists never see”, lees ik, “… a remarkable visual record of a nation in transition…”.
In de inleiding schrijft Perry dat hij na 18 jaren reizen door Griekenland de behoefte voelde datgene vast te leggen wat verdwijnt. Het essentiële Griekenland, het echte Griekenland. Er staan dan ook vele foto’s in van oude mannen in foustanella voor het kafenion. Veel portretten van mensen die beroepen als mandenvlechter, messenslijper, hoefsmid en koperslager uitoefenen. Interieurs van huizen die je ook in folkloremusea ziet. Weinig eilanden, maar vooral veel vasteland. Epirus, Roumeli, Athos en de Peloponnessos.
Het boek bestaat niet alleen uit foto’s. De bijbehorende teksten zijn geschreven door Elizabeth Boleman-Herring (de journaliste die ik eerder heb besproken in mijn weblog van 30 april). Zij heeft haar teksten aangevuld met talloze citaten van beroemde Grieken en Philhellenen als Edward Lear, Nikos Kazantzakis en Lawrence Durrell, en gedichten van Odysseus Elytis, Yannis Ritsos en Anghelos Sikelianos.
Als kroon op het werk heeft niemand minder dan Patrick Leigh Fermor de inleiding geschreven. Fermor, die misschien wel als geen ander het ‘verdwijnend’ Griekenland kent. Hij bezocht het land voor het eerst eind jaren dertig, verkende en bewoonde het daarna vele malen en woont er nog steeds, tot op de dag van vandaag (in het hierboven genoemde Kardamyli!).
Fermor schrijft in een toelichting op de titel van het boek: “As the title warns us, there is a strond hint of sadness in this wonderful sequence. There are at last long look at Greece before many of the things that attach one to the country are swept away. Every spring, as a spiral tot the season, the bulldozer and the cement-mixer move into gear as the storks and the swallows and the house martins start building, and every autumn there are fewer eaves and roo-tiles left for next year’s return.”
Het boek is gepubliceerd in 1991. Het ‘verdwijnend’ Griekenland van Perry en Fermor dateert dus van de jaren ’70 en ’80. Dat gegeven zou tot de conclusie kunnen leiden dat datgene wat we op de foto’s zien, nu, alweer bijna 20 jaar na publicatie, inmiddels daadwerkelijk is verdwenen. Toch is dat niet zo, is mijn conclusie. Veel van de tafereeltjes op Perry’s foto’s tref je nog steeds aan als je de kustlijn de rug toekeert en de gebaande wegen verlaat. Er is één uitzondering: de zigeuner met de dansende beer is daadwerkelijk verdwenen.

Verboden te fotograferen in Patras

Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on FacebookPin on PinterestEmail this to someone

logo_comp-326 juli 2008,

In mijn weblog ‘Patras: doorgang naar Europa’ van 22 juni schreef ik over de illegale immigranten in de Griekse havenstad Patras. Honderden immigranten uit met name Afghanistan en Irak hebben zich daar verzameld en wachten in provisorische kampen een moment af om de oversteek te kunnen maken naar Italië en vervolgens een ander deel van Europa.
In de Nederlandse en andere Europese media heeft deze zaak nog niet veel aandacht gekregen. Toch lijkt de situatie in Patras langzaam door te sijpelen binnen de Europese media. Zo werd begin juli de fotograaf Olivier Jobard door het Franse persbureau Sipa Press erop uit gestuurd om de illegale kampen te fotograferen. Jobard is een bekend foto-journalist die zich heeft gespecialiseerd in internationale conflicten en burgeroorlogen. Hij bezocht de afgelopen jaren voormalig Joegoslavië, Irak, Afghanistan, Soedan, Sierra Leone, Ivoorkust en Liberia. Ook de problematiek van de illegale immigratie heeft zijn aandacht. Hij won de afgelopen jaren diverse prijzen met zijn foto’s.
De relatief eenvoudige klus in Patras heeft de ervaren Jobard niet kunnen afronden. Hij werd tijdens zijn werk door een Griekse kustwacht-medewerker aangesproken en gesommeerd zijn apparatuur in te leveren. De Franse fotograaf weigerde dit, waarna hij werd meegesleurd naar een openbaar toilet, waar hij werd gehandboeid, geslagen en zijn apparatuur werd vertrapt. Vervolgens werd hij meegenomen voor verhoor. Na zijn vrijlating deed Jobard aangifte. Klaarblijkelijk zijn de autoriteiten niet gediend van pottenkijkers bij deze misére.
Dit is het verhaal van Jobard zelf. De Griekse kustwacht bracht een andere versie van het gebeuren naar buiten. Het is bekend dat het fotograferen van vliegvelden, militaire terreinen en havens in Griekenland verboden is. Iedereen herinnert zich nog wel de Nederlandse vliegtuigspotters die een aantal jaren geleden werden opgepakt, in eerste instantie werden veroordeeld tot 3 jaar cel wegens spionage, maar in hoger beroep werden vrijgesproken. Journalisten kunnen speciale toestemming krijgen. De fotograaf zou om een dergelijk bewijs zijn gevraagd, wat hij weigerde omdat hij er niet over beschikte, waarna hij zelf de medewerker van de kustwacht in elkaar sloeg. Die deed de dag daarna aangifte van mishandeling door Jobard. De Griekse rechter mag nu beslissen welke versie klopt.