Onrust niet voorbij

Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on FacebookPin on PinterestEmail this to someone

logo_comp-317 december 2008,

Vorige week maandag, 8 december, schreef ik over het straatgeweld in Griekenland. Twee dagen daarvoor was de 15-jarige Alexis Grigoropoulos in de Atheense wijk Exarchia dodelijk gewond geraakt. De kogels waren afgevuurd door een agent. Diezelfde avond nog braken er rellen uit in Athene, en de dagen daarna kon iedereen in Nederland beelden op televisie zien van protesterende mensen, molotov-cocktail gooiende jongeren en brandende auto’s.
Inmiddels is die eerste dramatische gebeurtenis bijna twee weken geleden. Het ergste geweld is voorbij, de aandacht van de Nederlandse media wordt weer verlegd. Toch is de rust in Griekenland niet wedergekeerd. Een groot deel van de Griekse bevolking worstelt nog steeds met een enorme onvrede. Ik schreef in mijn eerste bericht al dat de dood van de scholier alleen de druppel was die de emmer deed overlopen, de vonk die de cocktail tot ontploffing bracht. Die cocktail bestaat uit onvrede over onder meer de economische situatie, de werkloosheid, het belabberde niveau van scholen en vervolgopleidingen, de corruptie, het cliëntelisme, de schandalen, de tweedeling in de samenleving, de toestroom van immigranten. Deze onvrede is niet na 2 weken verdwenen. En dat blijkt.
Scholieren en studenten bezetten nog steeds ongeveer 600 onderwijsinstellingen, verspreid over het hele land. Voor morgen, donderdag 18 december, zijn er in Griekenland grote stakingen, werkonderbrekingen en acties door ambtenaren aangekondigd. Vandaag werd TV-station ERT bezet door betogers die de kijkers opriepen geen televisie meer te kijken, maar de straat op te gaan.
Vandaag gebeurde er ook iets anders spectaculairs. Er werd een groot aantal enorme spandoeken opgehangen op de oude muren van de Acropolis. Normaal gesproken is de Acropolis heilig. Alleen bij hoge uitzondering maken de Atheners gebruik van deze markante plek in de stad om hun boodschap te verkondigen. Tegelijkertijd zijn de Grieken zich maar al te goed bewust van het feit dat de Acropolis in het buitenland zo’n beetje hét symbool van Griekenland is. Iets doen met dat symbool, trekt gegarandeerd aandacht. De teksten op de spandoeken zijn dan ook niet zozeer gericht op de eigen bevolking, maar op de belangstellenden buiten de grenzen. Mensen in heel Europa worden opgeroepen op 18 december te demonstreren. “Resistance” en “Thursday, 18/12, demonstrations in all Europe” luiden de slogans.
En de politiek? Premier Karamanlis kwam tot nu toe niet veel verder dan tot kalmte manen en stoer te verklaren geen ordeverstoringen meer te dulden.
De negatieve beeldvorming heeft de premier er klaarblijkelijk toe gebracht nu toch iets meer te doen. Gisteren heeft hij in een rede in het parlement toegegeven dat hij de problemen in het land enigszins heeft onderschat. HIj beloofde hervormingen. Ook heeft hij min of meer zijn excuses aangeboden voor de schandalen waarin hij en zijn partij Nea Demokratia, zijn verwikkeld. Oppositieleider en socialistisch voorman Papandreou spint natuurlijk garen bij al deze gebeurtenissen. Hij laat bijna dagelijks weten dat Karamanlis zijn biezen moet pakken. Of dat moet betekenen dat hij en zijn Pasok-partij dan weer aan het roer kunnen staan, is nog maar de vraag. Wordt vervolgd.

Cathy Lewin- Water bij de ouzo

Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on FacebookPin on PinterestEmail this to someone

logo_comp-515 december 2008,

“Driehonderd jaar oud huis te koop op afgelegen Grieks eiland”, las Catharina van Leeuwen eind jaren ’80 in een kleine advertentie in een Nederlands tijdschrift. Dergelijke advertenties lees ook ik regelmatig… Ik droom even weg, en sla vervolgens de volgende pagina op. Dat liet Catharina niet gebeuren. Die paar woorden waren voor haar blijkbaar genoeg om een ticket te kopen en af te reizen naar het afgelegen Grieks eiland om een kijkje te gaan nemen bij dat oude huis. Het bleek te gaan om het eiland Kythera, ten zuiden van de Peloponnessos, en het huis lag in een gehucht bij het dorp Karavas.
Dit verhaal, en alles wat er daarna zoal gebeurt, las ik afgelopen week in Water bij de Ouzo, het boek dat de schrijfster en kunstenares Catharina jaren later over deze episode in haar leven schreef onder het pseudoniem Cathy Lewin.
Catharina en haar man, een dierenarts, kopen het huis en vertrekken richting Kythera, met het plan om zich ook echt in Griekenland te vestigen en een dierenartsenpraktijk te runnen. Ze beschrijft de problemen die ze ondervinden bij de renovatie van hun huis, vertelt over de plaatselijke bevolking, en over de moeizame contacten met het Nederlandse echtpaar Jurnsma. Ze verhaalt over de kennismaking en zwempartij met de van haar gecharmeerde Griekse gouverneur, een gebeurtenis die bijna onmiddelijk leidt tot de aanleg van een weg naar het oude huis. En we lezen over de zoektocht naar een geschikt pand voor de dierenartsenpraktijk. Zo is het boek doorspekt met anekdotes en grappige verhalen.
Een van de mooiste verhalen is het avontuur met Billy. Om het schapenras op Kythera een nieuwe impuls te geven, besluit het echtpaar een Yorkshire-ram naar het eiland over te hevelen. Ze kopen het dier bij een topfokker op een groot landgoed in de buurt van Athene en brengen het zelf in een auto met trailer naar het eiland, honderden kilometers verderop. De terugreis kan niet binnen een dag worden gemaakt, dus ‘Billy’, zoals de ram wordt genoemd, brengt nog een nacht door in het weiland van een hotel. Eenmaal op het eiland, wordt hij ingezet door de vele schapenboeren van Kythera. Erg lang kunnen de schapen van Kythera niet genieten van deze nieuwkomer, want na een tijdje ontsnapt Billy uit zijn wei. De dokter is ontroostbaar, schrijft Catharina, maar – zo zegt de schrijfster zelf optimistisch – “het verlies van Billy kan in de loop van de tijd tot het ontstaan van mythes leiden”.
Dit optimisme kenmerkt het hele boek. Als je zuiver naar de feiten kijkt, had Water bij de Ouzo een heel treurig boek kunnen worden. Om te beginnen laat Catharina zien op welke problemen je kunt stuiten als je in Griekenland een oud huis koopt en een bestaan probeert op te bouwen. Daarnaast verslechtert de relatie tussen de kunstenares en haar man, ‘de dokter’, gaandeweg, hetgeen ertoe leidt dat zij op een zeker moment het eiland verlaat en terugkeert naar Amsterdam. Toch is het allesbehalve ellende en verdriet. De schrijfster blijft optimistisch en beschrijft vol humor alles wat haar overkomt. Aan het slot van het boek schrijft ze dan ook: “Een illusie armer, maar een ervaring en een wetenschap rijker”, en verderop: “Er is leven, ook na Kythera”.
Begin 2009 verschijnt er een nieuwe druk van Water bij de Ouzo. Zie daarvoor ook www.totemboek.nl
Voor meer informatie en het werk van de kunstenares: www.catharinavanleeuwen.com

Dood van scholier werkt als katalysator

Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on FacebookPin on PinterestEmail this to someone

logo_comp-38 december 2008,

Plotseling is Griekenland voorpagina-nieuws in de Nederlandse kranten. “Hevige rellen in Griekse steden” kopte de Volkskrant vanochtend. “Athene zet zich schrap” lees ik, en “Griekse media in de ban van de rellen”.
Wat is er aan de hand? Zoals vaker bij dit soort gebeurtenissen zijn er twee versies in omloop. Volgens een politieverklaring werden agenten zaterdagavond in Athene belaagd door een dertigtal jongeren. Zij gooiden stenen naar een politieauto. Een van de agenten reageerde door 3 schoten af te vuren. Daarbij werd een 15-jarige jongen dodelijk in zijn borst geraakt. Getuigen vertelden daarentegen dat de agent uit de auto stapte en drie maal gericht op deze scholier, Andreas Grigoropoulos, schoot.
Het drama vond plaats in de wijk Exarchia, een buurt waar veel anarchisten en drugsverslaafden zich ophouden, zo schrijven verschillende Nederlandse kranten. Je zou denken dat Exarchia een buurt is waar je je niet moet vertonen, een no-go area, maar dat beeld is niet helemaal terecht. Exarchia ligt in het centrum van de stad, op loopafstand van Syntagma en het grenst zelfs aan de chique buurt Kolonaki. Er wonen en werken mensen, en als ik Athene bezoek, ga zelf altijd graag op het centrale pleintje van Exarxhia een biertje drinken. Om de doodeenvoudige reden dat ik daar niet tussen Japanners, Amerikanen en Nederlanders zit, maar tussen Atheners.
Terug naar het dramatische gebeuren. Diezelfde avond nog braken rellen uit. Niet alleen in Athene, maar ook in Thessaloniki, op Kreta en Corfu. Via internet en mobiele telefoons kunnen tegenwoordig veel mensen in korte tijd op de been worden gebracht. Honderden betogers raakten diezelfde avond in gevecht met politie en ME. Er werden brandbommen gegooid, winkels vernield en auto’s in brand gestoken. Zondag waren er opnieuw demonstraties en breidden de rellen zich over meerdere steden in het land uit. Ook politiebureau’s, ministeries en andere overheidsgebouwen waren doelwit van geweld.
Inmiddels zijn de twee betrokken agenten aangehouden. Minister van Binnenlandse Zaken Prokopis Pavlopoulos heeft zijn ontslag aangeboden, maar premier Kostas Karamanlis weigerde dat te verlenen.
De protesten en rellen hebben zich sinds vandaag ook buiten de grenzen van het land verspreid. In Berlijn werd de Griekse ambassade bezet en in London hebben betogers bij de ambassade onder meer de Griekse vlag door de zwart-rode anarchisten vlag vervangen.
De woede van de Griekse betogers richt zich vanzelfsprekend niet alleen op de dood van Grigoropoulos. Er is veel meer aan de hand. Om te beginnen is een groot deel van de bevolking ontevreden over de zittende regering. Dat is al een hele tijd het geval, maar de ontevredenheid groeit gestaag. Karamanlis en de zijnen wordt bijvoorbeeld zwaar bekritiseerd om het sociaal-economisch beleid. De kloof tussen arm en rijk in Griekenland wordt steeds groter. Een kleine groep Grieken is puissant rijk, terwijl tegelijkertijd 1 op de 5 Grieken onder de armoedegrens leeft. Veel Grieken moeten leven van een maandelijks inkomen van ongeveer 500 euro, terwijl de prijzen in bijvoorbeeld supermarkten hoger liggen dan in Nederland. De recente financiële crisis en de bijbehorende impopulaire kabinetsmaatregelen, maakt deze problematiek alleen maar erger.
Het huidige kabinet ligt ook onder vuur vanwege verschillende beschuldigingen van corruptie. Een van de voorbeelden is de Vatopedi-affaire, waar ik een paar dagen geleden over schreef. Dergelijke schandalen dragen uiteraard niet bij aan de geloofwaardigheid van de huidige ministers.
Een ander element dat nu meespeelt is de specifieke ontevredenheid onder scholieren en studenten. Zij protesteren regelmatig tegen het falend onderwijsbeleid, de kwaliteit van de opleidingen en het onderliggend systeem. Het drama van afgelopen zaterdag is waarschijnlijk ook aanleiding om hun vuur weer aan te wakkeren.
En dan is er ook nog de beroerde reputatie van de Griekse politie. Deze komt regelmatig in het nieuws vanwege hun excessief gedrag en ontoelaatbaar geweld, vaak gericht tegen Roma en immigranten. Op de website youtube zijn van tijd tot tijd filmpjes te zien van agenten die mensen in elkaar slaan. Dit incident is voor vele Grieken dan ook het zoveelste in een rij van casussen waarbij agenten hun boekje meer dan te buiten gaan.
Een veelheid aan factoren dus, die deze drie dagen samen komt. Een gevaarlijke cocktail.

Geen enkele schuldige in het Vatopedi-schandaal

Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on FacebookPin on PinterestEmail this to someone

logo_comp-126 december 2008,

Volgens ingewijden gaat prins Charles regelmatig voor een retraite naar het Vatopedi-klooster op het schiereiland Athos. Waarschijnlijk kiest hij de komende jaren een andere plek voor zijn spirituele rustperiode, want het klooster is verwikkeld in een schandaal dat nu al maanden voorpagina-nieuws is.
Het Vatopedi-klooster, één van de grootste en meest welvarende kloosters op het schiereiland Athos, zou de afgelopen jaren op een onrechtmatige manier in het bezit zijn gekomen van een enorme hoeveelheid grond. Diverse Griekse politici zouden betrokken zijn bij deze illegale grondtransacties en er persoonlijk door zijn verrijkt.
Het klooster, is het vermoeden, heeft grond van weinig waarde geruild tegen veel duurdere grond. Het gaat niet om grondstukken op het schiereiland zelf, maar om bezit dat zich buiten Athos bevindt. De percelen liggen bij het Vistonida-meer in de provincie Thracië, een meer dat deel uitmaakt van het Natura-2000 programma van de Europese Unie. Beschermd natuurgebied dus. Het klooster zou deze gronden via de staat hebben ingeruild tegen verschillende grondstukken verspreid door het hele land. Het zou daarbij gaan om onder meer 64 locaties rond de stad Thessaloniki en een perceel met hoge marktwaarde in het Olympisch dorp bij Athene.
De staat is bij deze omstreden grondruil voor minstens 100 miljoen euro het schip in gegaan. Maar dat is belastinggeld. Uiteraard hebben individuele politici geprofiteerd van deze transacties. Althans, dat is het vermoeden.
Inmiddels wordt ook getwijfeld of de genoemde grond bij het Vistonida-meer überhaupt wel eigendom was van het klooster. Eigendomsbewijzen zouden zijn vervalst; politici zouden handtekeningen hebben gezet om het bezit aan het klooster te doen toekomen.
Hoofdfiguur aan de zijde van het klooster is hoofdabt Efraïm. Deze abt zou aan het hoofd hebben gestaan van alle illegale transacties. Eind november is hij door de patriarch Vartholomaios gevraagd de leiding over de financiën over te dragen aan een andere abt van het klooster, maar Efraïm mag klaarblijkelijk wel gewoon aanblijven als spiritueel leider van dit klooster.

Het schandaal heeft inmiddels wel een paar slachtoffers gemaakt aan de zijde van de politiek. In september stapte Marineminister Giorgos Voulgarakis op. Zijn vrouw zou als notaris 300.000 euro hebben verdiend aan de grondtransacties. Eind oktober was het de beurt aan Minister van Staat en regeringswoordvoerder Theodoros Roussopoulos. Ook hij zou betrokken zijn bij de grondruil. Het vertrek van beide minsters lijkt dramatisch, maar kan ook worden gezien als geste ten behoeve van de publieke opinie. De kans is groot dat beide heren binnen niet al te lange tijd weer opduiken in andere belangrijke posities.
Het Grieks parlement besloot tot een parlementair onderzoek en dat heeft inmiddels plaatsgevonden. Afgelopen vrijdag werd de laatste van de 119 getuigen gehoord. Het eindrapport wordt medio december verwacht. Nu al is bekend dat alle ondervraagde politici betrokkenheid hebben ontkend. Politici van de nu regerende Nea Demokratia wijzen naar de Pasok, de partij die tot maart 2004 aan het roer stond. De deals zouden al in de jaren ’80 tot stand zijn gekomen, in de regeerperiode van de Pasok. Journalist Nikos Konstandaras van de Athens Plus schreef hierover afgelopen vrijdag het volgende:”…the parlementary inquiry into politicians’ possible culpability is expected to end in the same way every major scandal in this country end: in mutual recriminations between the political parties and, in the overall confusion, an impasse in which no one is held accountable for their actions (or inaction).”
Het ziet ernaar uit, zo schrijven verschillende kranten, dat een of andere ambtenaar de schuld krijgt en zal boeten voor het totale schandaal.

Mediterrane letteren festival

Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on FacebookPin on PinterestEmail this to someone

logo_comp-83 december 2008,

“Veel dichters hebben hun hart, hun gemoed, hun pen of wat dan ook, gedrenkt in azuur”, lees ik in Naar ‘t zuiderland, een bloemlezing van Nederlandse gedichten over de Middellandse Zee. Zoals Marsman schreef in zijn gedicht De zee: zolang de europese wereld leeft
en bloedend, droomt den roeklozen droom
 waarin het kruishout als een wijnstok rankt, 
ruist hier de bron, zweeft boven deze zee
 het lichten van den creatieven geest.
De zee is al eeuwen een inspiratiebon voor dichters en schrijvers, en dat geldt natuurlijk niet alleen voor Nederlandse dichters. Jaarlijks wordt in Nederland een aantal internationale schrijvers en dichters in een festival samengebracht die ‘hun pen hebben gedrenkt in azuur’. Ook dit jaar, in de week van 16-21 december 2008, vindt dit Mediterrane Letteren Festival weer plaats. In 6 verschillende steden in het land plaats wordt een podium geboden aan schrijvers die zich laten inspireren door de Middellandse Zee. Deels gaat het om migranten die woonachtig zijn in Nederland, deels zijn ze afkomstig uit een van de 18 landen die grenzen aan de Middellandse Zee.
Dit keer gaat het alleen om dichtende vrouwen: Hanane Aad (Libanon), Fadma El Ouariachi (Marokko), Agni von Meijenfeldt-Fournaraki (Griekenland), Lucrezia Lerro (Italië), Hanadi Zarka (Syrië), Froukje van der Ploeg (Nederland) en Marga Blanca Samos (Spanje). Zij lezen voor uit eigen werk, in hun eigen taal, maar de Nederlandse teksten worden voor het publiek op schermen getoond.
Het thema dit jaar is ‘het Optimisme van de liefde’.
Een klein voorproefje van de Griekse Agni von Meijenfeldt-Fournaraki, wiens gedichten – in het Nederlands vertaald door Hero Hokwerda – verschenen in de bundel Belevingen:
Aan het strand
Ik vond twee schelpen in het hete zand
en wreef ze eindeloze malen op elkaar
totdat, de lippen droog
en met een waas voor ‘t oog
mijn ademhaling stokte
En als ik ‘t ruisen van de rots ernaast beluisterde
ving ik op hoe de liefde zacht mijn naam fluisterde.
Voor het volledige programma van het Mediterrane Letteren Festival zie: www.sahne.nl

De verdwenen moskeeën van Athene

Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on FacebookPin on PinterestEmail this to someone

logo_comp-1130 november 2008,

Overblijfselen van de Ottomaanse tijd zijn in Athene ver te zoeken. Niet zo vreemd. Na een overheersing die meer dan 400 jaar duurde, ontworstelden de Grieken zich na een lastige vrijheidsstrijd van de heerschappij van de Ottomanen. Na de onafhankelijkheidsstrijd begin 19e eeuw waren ze uiteraard niet geneigd voorzichtig om te springen met de sporen van de vijand. Integendeel. Veel gebouwen hebben de afgelopen twee eeuwen dan ook niet overleefd.
Tijdens mijn laatste bezoek aan Athene ben ik op zoek gegaan naar de overgebleven moskeeën. In de hele stad zijn er nog twee te vinden. Middenin het centrum, op het drukke Monastiraki-plein, ligt de Tsisdarakis-moskee, genoemd naar de Ottomaanse ambtenaar Mustafa Aga Tsisdarakis, die de moskee in 1759 heeft laten bouwen. Het gebouw huisvest nu het Museum van Griekse volkskunst. Het houdt zich met moeite staande tussen de vele straatverkopers op het plein.
Naar de andere moskee heb ik lang moeten zoeken. Ik had een adres: hoek Odos Panos en Odos Pelopida, vlakbij de Romeinse agora. Maar straatnaam-bordjes zijn in Athene soms ver te zoeken, en zelfs de bewoners van dit wijkje wisten geen raad met dit adres. Toen ik uiteindelijk teleurgesteld terug wilde lopen, stuitte ik prompt op het oude gebouw.
De Fethiye Camii-moskee ligt er vervallen bij. Bezichtigen is niet mogelijk; het gebouw is niet open voor publiek, maar dient als opslagruimte voor de archeologische dienst en er staat een groot hek omheen. Het doet zijn naam van Moskee der Overwinning nu geen eer meer aan.
Een paar jaar geleden gingen er stemmen op om een van deze twee gebedshuizen opnieuw om te dopen tot een werkende moskee. Er wonen tegenwoordig weer veel moslims in Athene. Het aantal is het laatste decennium explosief gegroeid door de vele immigranten uit onder meer Albanië, Pakistan, Bangladesh, noordelijk Afrika en het Midden-Oosten. Een echte moskee heeft Athene tot op heden niet.
De discussie over de bouw van een moskee in de stad is in de jaren ’70 begonnen, maar heeft nog niet geleid tot concrete actie. Politici, omwonenden en de orthodoxe kerk zijn het keer op keer niet eens over de locatie en op die manier wordt de beslissing over dit heikel dossier steeds vooruit geschoven. Ook de suggestie van sommige linkse politici om deze Fethiye Camii-moskee te renoveren en geschikt te maken als gebedsruimte, werd van tafel geveegd. Te dicht bij het historische centrum van Athene, vonden de autoriteiten. En dat historische centrum moet uiteraard een toonbeeld zijn van de Griekse – en dus orthodoxe – identiteit.
Ondertussen bidden de moslims in illegale gebedsruimtes in woonhuizen, kelders en garageboxen en ligt de Fethiye Camii-moskee hier te verpieteren.

Lord Byron’s sterfdag: nieuwe nationale feestdag

Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on FacebookPin on PinterestEmail this to someone

logo_comp-824 november 2008,

Recentelijk heeft het Griekse parlement besloten de sterfdag van Lord Byron, 19 april, uit te roepen tot nationale feestdag.
Byron had in 1809 – tijdens de Grand Tour die hij met zijn vriend John Cam Hobhouse maakte – zijn hart verloren aan Griekenland, dat toen nog deel uitmaakte van het Ottomaanse rijk. Als Philhellenen hem meer dan 10 jaar later benaderen om zich namens het London Greek Committee in te zetten voor de Griekse onafhankelijkheid, twijfelt hij dan ook niet lang. Op 4 januari 1824 zet hij voet aan wal in Missolonghi. Hij ziet voor zichzelf een actieve rol weggelegd, maar de commissie wil vooral gebruik maken van de publieke waarde van zijn naam. Zijn inzet voor de Griekse onafhanklijkheid trekt internationale aandacht en het legioen aan buitenlandse philhellenen breidt zich uit. Lang zal Byron’s bijdrage helaas niet duren; in februari wordt hij ziek en op 19 april 1824 blaast hij zijn laatste adem uit.
Ondanks de geringe bijdrage aan het einde van de Ottomaanse heerschappij, is Byron uitgegroeid tot een symbool in Griekenland. Verspreid over het land vinden we Byron-straten, pleinen en monumenten. In Missolonghi is een Byron-studiecentrum, waar ieder jaar een grote conferentie plaatsvindt. In vele musea vinden we parafernalia van de philhelleen. Een groot aantal Grieken heeft zelfs de voornaam Byron gekregen; een naam die overigens als ‘Viron’ wordt uitgesproken.
En nu is er dan een nieuwe nationale feestdag, op de dag van zijn overlijden in Messolonghi. Het moet een dag worden waarop de Griekse cultuur wordt geëerd. Byron’s centrale plaats daarbij heeft hij te danken aan zijn rotsvaste geloof in de democratische waarden en het Hellenisme, aldus de autoriteiten.
Ik vind het prachtig, lees al jaren van en over Byron, ben in Missolonghi op zoek gegaan naar zijn hart, fotografeer alle Griekse Byron-monumenten die ik op mijn pad tegenkom, maar vraag me ook af hoe een dergelijke beslissing wordt genomen? Is de persoon van Byron in dit verhaal het belangrijkste? Of zocht de Griekse overheid naar een manier om het nationale bewustzijn te versterken? Vond men een extra dag in het jaar – naast de onafhankelijkheidsdag op 25 maart en de Ochi-dag op 28 oktober – nodig om de Griekse identiteit een extra impuls te geven? Tenslotte werd Byron 150 geleden ook al ingezet bij de constructie van het Grieks nationaal verleden, ter versterking van de natie-staat.