Geen enkele schuldige in het Vatopedi-schandaal

Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on FacebookPin on PinterestEmail this to someone

logo_comp-126 december 2008,

Volgens ingewijden gaat prins Charles regelmatig voor een retraite naar het Vatopedi-klooster op het schiereiland Athos. Waarschijnlijk kiest hij de komende jaren een andere plek voor zijn spirituele rustperiode, want het klooster is verwikkeld in een schandaal dat nu al maanden voorpagina-nieuws is.
Het Vatopedi-klooster, één van de grootste en meest welvarende kloosters op het schiereiland Athos, zou de afgelopen jaren op een onrechtmatige manier in het bezit zijn gekomen van een enorme hoeveelheid grond. Diverse Griekse politici zouden betrokken zijn bij deze illegale grondtransacties en er persoonlijk door zijn verrijkt.
Het klooster, is het vermoeden, heeft grond van weinig waarde geruild tegen veel duurdere grond. Het gaat niet om grondstukken op het schiereiland zelf, maar om bezit dat zich buiten Athos bevindt. De percelen liggen bij het Vistonida-meer in de provincie Thracië, een meer dat deel uitmaakt van het Natura-2000 programma van de Europese Unie. Beschermd natuurgebied dus. Het klooster zou deze gronden via de staat hebben ingeruild tegen verschillende grondstukken verspreid door het hele land. Het zou daarbij gaan om onder meer 64 locaties rond de stad Thessaloniki en een perceel met hoge marktwaarde in het Olympisch dorp bij Athene.
De staat is bij deze omstreden grondruil voor minstens 100 miljoen euro het schip in gegaan. Maar dat is belastinggeld. Uiteraard hebben individuele politici geprofiteerd van deze transacties. Althans, dat is het vermoeden.
Inmiddels wordt ook getwijfeld of de genoemde grond bij het Vistonida-meer überhaupt wel eigendom was van het klooster. Eigendomsbewijzen zouden zijn vervalst; politici zouden handtekeningen hebben gezet om het bezit aan het klooster te doen toekomen.
Hoofdfiguur aan de zijde van het klooster is hoofdabt Efraïm. Deze abt zou aan het hoofd hebben gestaan van alle illegale transacties. Eind november is hij door de patriarch Vartholomaios gevraagd de leiding over de financiën over te dragen aan een andere abt van het klooster, maar Efraïm mag klaarblijkelijk wel gewoon aanblijven als spiritueel leider van dit klooster.

Het schandaal heeft inmiddels wel een paar slachtoffers gemaakt aan de zijde van de politiek. In september stapte Marineminister Giorgos Voulgarakis op. Zijn vrouw zou als notaris 300.000 euro hebben verdiend aan de grondtransacties. Eind oktober was het de beurt aan Minister van Staat en regeringswoordvoerder Theodoros Roussopoulos. Ook hij zou betrokken zijn bij de grondruil. Het vertrek van beide minsters lijkt dramatisch, maar kan ook worden gezien als geste ten behoeve van de publieke opinie. De kans is groot dat beide heren binnen niet al te lange tijd weer opduiken in andere belangrijke posities.
Het Grieks parlement besloot tot een parlementair onderzoek en dat heeft inmiddels plaatsgevonden. Afgelopen vrijdag werd de laatste van de 119 getuigen gehoord. Het eindrapport wordt medio december verwacht. Nu al is bekend dat alle ondervraagde politici betrokkenheid hebben ontkend. Politici van de nu regerende Nea Demokratia wijzen naar de Pasok, de partij die tot maart 2004 aan het roer stond. De deals zouden al in de jaren ’80 tot stand zijn gekomen, in de regeerperiode van de Pasok. Journalist Nikos Konstandaras van de Athens Plus schreef hierover afgelopen vrijdag het volgende:”…the parlementary inquiry into politicians’ possible culpability is expected to end in the same way every major scandal in this country end: in mutual recriminations between the political parties and, in the overall confusion, an impasse in which no one is held accountable for their actions (or inaction).”
Het ziet ernaar uit, zo schrijven verschillende kranten, dat een of andere ambtenaar de schuld krijgt en zal boeten voor het totale schandaal.

Mediterrane letteren festival

Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on FacebookPin on PinterestEmail this to someone

logo_comp-83 december 2008,

“Veel dichters hebben hun hart, hun gemoed, hun pen of wat dan ook, gedrenkt in azuur”, lees ik in Naar ‘t zuiderland, een bloemlezing van Nederlandse gedichten over de Middellandse Zee. Zoals Marsman schreef in zijn gedicht De zee: zolang de europese wereld leeft
en bloedend, droomt den roeklozen droom
 waarin het kruishout als een wijnstok rankt, 
ruist hier de bron, zweeft boven deze zee
 het lichten van den creatieven geest.
De zee is al eeuwen een inspiratiebon voor dichters en schrijvers, en dat geldt natuurlijk niet alleen voor Nederlandse dichters. Jaarlijks wordt in Nederland een aantal internationale schrijvers en dichters in een festival samengebracht die ‘hun pen hebben gedrenkt in azuur’. Ook dit jaar, in de week van 16-21 december 2008, vindt dit Mediterrane Letteren Festival weer plaats. In 6 verschillende steden in het land plaats wordt een podium geboden aan schrijvers die zich laten inspireren door de Middellandse Zee. Deels gaat het om migranten die woonachtig zijn in Nederland, deels zijn ze afkomstig uit een van de 18 landen die grenzen aan de Middellandse Zee.
Dit keer gaat het alleen om dichtende vrouwen: Hanane Aad (Libanon), Fadma El Ouariachi (Marokko), Agni von Meijenfeldt-Fournaraki (Griekenland), Lucrezia Lerro (Italië), Hanadi Zarka (Syrië), Froukje van der Ploeg (Nederland) en Marga Blanca Samos (Spanje). Zij lezen voor uit eigen werk, in hun eigen taal, maar de Nederlandse teksten worden voor het publiek op schermen getoond.
Het thema dit jaar is ‘het Optimisme van de liefde’.
Een klein voorproefje van de Griekse Agni von Meijenfeldt-Fournaraki, wiens gedichten – in het Nederlands vertaald door Hero Hokwerda – verschenen in de bundel Belevingen:
Aan het strand
Ik vond twee schelpen in het hete zand
en wreef ze eindeloze malen op elkaar
totdat, de lippen droog
en met een waas voor ‘t oog
mijn ademhaling stokte
En als ik ‘t ruisen van de rots ernaast beluisterde
ving ik op hoe de liefde zacht mijn naam fluisterde.
Voor het volledige programma van het Mediterrane Letteren Festival zie: www.sahne.nl

De verdwenen moskeeën van Athene

Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on FacebookPin on PinterestEmail this to someone

logo_comp-1130 november 2008,

Overblijfselen van de Ottomaanse tijd zijn in Athene ver te zoeken. Niet zo vreemd. Na een overheersing die meer dan 400 jaar duurde, ontworstelden de Grieken zich na een lastige vrijheidsstrijd van de heerschappij van de Ottomanen. Na de onafhankelijkheidsstrijd begin 19e eeuw waren ze uiteraard niet geneigd voorzichtig om te springen met de sporen van de vijand. Integendeel. Veel gebouwen hebben de afgelopen twee eeuwen dan ook niet overleefd.
Tijdens mijn laatste bezoek aan Athene ben ik op zoek gegaan naar de overgebleven moskeeën. In de hele stad zijn er nog twee te vinden. Middenin het centrum, op het drukke Monastiraki-plein, ligt de Tsisdarakis-moskee, genoemd naar de Ottomaanse ambtenaar Mustafa Aga Tsisdarakis, die de moskee in 1759 heeft laten bouwen. Het gebouw huisvest nu het Museum van Griekse volkskunst. Het houdt zich met moeite staande tussen de vele straatverkopers op het plein.
Naar de andere moskee heb ik lang moeten zoeken. Ik had een adres: hoek Odos Panos en Odos Pelopida, vlakbij de Romeinse agora. Maar straatnaam-bordjes zijn in Athene soms ver te zoeken, en zelfs de bewoners van dit wijkje wisten geen raad met dit adres. Toen ik uiteindelijk teleurgesteld terug wilde lopen, stuitte ik prompt op het oude gebouw.
De Fethiye Camii-moskee ligt er vervallen bij. Bezichtigen is niet mogelijk; het gebouw is niet open voor publiek, maar dient als opslagruimte voor de archeologische dienst en er staat een groot hek omheen. Het doet zijn naam van Moskee der Overwinning nu geen eer meer aan.
Een paar jaar geleden gingen er stemmen op om een van deze twee gebedshuizen opnieuw om te dopen tot een werkende moskee. Er wonen tegenwoordig weer veel moslims in Athene. Het aantal is het laatste decennium explosief gegroeid door de vele immigranten uit onder meer Albanië, Pakistan, Bangladesh, noordelijk Afrika en het Midden-Oosten. Een echte moskee heeft Athene tot op heden niet.
De discussie over de bouw van een moskee in de stad is in de jaren ’70 begonnen, maar heeft nog niet geleid tot concrete actie. Politici, omwonenden en de orthodoxe kerk zijn het keer op keer niet eens over de locatie en op die manier wordt de beslissing over dit heikel dossier steeds vooruit geschoven. Ook de suggestie van sommige linkse politici om deze Fethiye Camii-moskee te renoveren en geschikt te maken als gebedsruimte, werd van tafel geveegd. Te dicht bij het historische centrum van Athene, vonden de autoriteiten. En dat historische centrum moet uiteraard een toonbeeld zijn van de Griekse – en dus orthodoxe – identiteit.
Ondertussen bidden de moslims in illegale gebedsruimtes in woonhuizen, kelders en garageboxen en ligt de Fethiye Camii-moskee hier te verpieteren.

Lord Byron’s sterfdag: nieuwe nationale feestdag

Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on FacebookPin on PinterestEmail this to someone

logo_comp-824 november 2008,

Recentelijk heeft het Griekse parlement besloten de sterfdag van Lord Byron, 19 april, uit te roepen tot nationale feestdag.
Byron had in 1809 – tijdens de Grand Tour die hij met zijn vriend John Cam Hobhouse maakte – zijn hart verloren aan Griekenland, dat toen nog deel uitmaakte van het Ottomaanse rijk. Als Philhellenen hem meer dan 10 jaar later benaderen om zich namens het London Greek Committee in te zetten voor de Griekse onafhankelijkheid, twijfelt hij dan ook niet lang. Op 4 januari 1824 zet hij voet aan wal in Missolonghi. Hij ziet voor zichzelf een actieve rol weggelegd, maar de commissie wil vooral gebruik maken van de publieke waarde van zijn naam. Zijn inzet voor de Griekse onafhanklijkheid trekt internationale aandacht en het legioen aan buitenlandse philhellenen breidt zich uit. Lang zal Byron’s bijdrage helaas niet duren; in februari wordt hij ziek en op 19 april 1824 blaast hij zijn laatste adem uit.
Ondanks de geringe bijdrage aan het einde van de Ottomaanse heerschappij, is Byron uitgegroeid tot een symbool in Griekenland. Verspreid over het land vinden we Byron-straten, pleinen en monumenten. In Missolonghi is een Byron-studiecentrum, waar ieder jaar een grote conferentie plaatsvindt. In vele musea vinden we parafernalia van de philhelleen. Een groot aantal Grieken heeft zelfs de voornaam Byron gekregen; een naam die overigens als ‘Viron’ wordt uitgesproken.
En nu is er dan een nieuwe nationale feestdag, op de dag van zijn overlijden in Messolonghi. Het moet een dag worden waarop de Griekse cultuur wordt geëerd. Byron’s centrale plaats daarbij heeft hij te danken aan zijn rotsvaste geloof in de democratische waarden en het Hellenisme, aldus de autoriteiten.
Ik vind het prachtig, lees al jaren van en over Byron, ben in Missolonghi op zoek gegaan naar zijn hart, fotografeer alle Griekse Byron-monumenten die ik op mijn pad tegenkom, maar vraag me ook af hoe een dergelijke beslissing wordt genomen? Is de persoon van Byron in dit verhaal het belangrijkste? Of zocht de Griekse overheid naar een manier om het nationale bewustzijn te versterken? Vond men een extra dag in het jaar – naast de onafhankelijkheidsdag op 25 maart en de Ochi-dag op 28 oktober – nodig om de Griekse identiteit een extra impuls te geven? Tenslotte werd Byron 150 geleden ook al ingezet bij de constructie van het Grieks nationaal verleden, ter versterking van de natie-staat.

Massale hongerstaking in Griekse gevangenissen

Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on FacebookPin on PinterestEmail this to someone

logo_comp-316 november 2008,

Gevangenen in Griekenland zijn sinds twee weken bezig met een hongerstaking. Ze protesteren tegen de deplorabele omstandigheden in de gevangenissen. Het gaat bij deze actie niet om een kleine groep. Volgens verschillende kranten zijn maar liefst 12.000 van de in totaal 14.000 gedetineerden in opstand gekomen. Ruim 5500 van hen zijn ook daadwerkelijk in hongerstaking gegaan. Gedetineerden van 21 van de in totaal 24 gevangenissen in het land nemen deel aan de actie.
Het begon met een oproep aan gevangenen om op 3 november te beginnen met een collectieve hongerstaking. Een relatief kleine groep begon, maar gaandeweg voegden zich steeds meer gevangenen bij de hongerstakers. Ze eisen onder meer betere detentie-omstandigheden, menselijkere bezoekomstandigheden, sancties tegen het geweld van cipiers, vrije toegang voor mensenrechten-organisaties. Ook roept men op dat de autoriteiten zich houden aan de strafwet. De actie wordt gesteund door verschillende nationale en internationale mensenrechten-organisaties en de politieke partij SYRIZA.
Het is niet de eerste keer dat Griekse gevangenen in opstand komen. In februari van dit jaar werd er ook al gestaakt door een grote groep in de gevangenis van Ioannina. En in het voorjaar van 2007 kwamen gedetineerden in een groot aantal Griekse gevangenissen ook al in opstand. We zagen toen beelden op televisie van gedetineerden die zich verzamelden op de daken van onder meer de Malandrino gevangenis in Fokida en de Korydallos gevangenis in Athene. Ook midden jaren ’90 protesteerde een groep van meer dan 1000 gevangenen tegen de slechte omstandigheden. Bij dergelijke opstanden is het geen uitzondering dat gedetineerden gewond raken, of erger nog, overlijden door het bijkomend geweld.
Mensenrechtenorganisaties als Amnesty International en rapporteurs van bijvoorbeeld de Raad van Europa wijzen al jaren op de belabberde toestanden in de Griekse gevangenissen. Er is sprake van structurele ruimtetekort; er zijn teveel gevangenen voor te weinig plaatsen. De bezoektijden zijn miniem, medische verzorging laat te wensen over en het gebruik van en de handel in drugs is zo goed als normaal.
Minister van Justitie Sotiris Hatzigakis heeft inmiddels beloofd met oplossingen te komen voor met name twee aspecten van de problematiek: de overvolle gevangenissen en de problematiek rond het drugsgebruik. De hongerstakers zijn nog niet onder de indruk van deze beloften. Gisteren meldde de Ekathimerini dat een groep van 10 in de Malandrino gevangenis nu ook was gestopt water tot zich te nemen.

Film “O gios tou filaka”

Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on FacebookPin on PinterestEmail this to someone

logo_comp-85 november 2008,

Vorige week schreef ik over het Griekse filmfestival dat in Filmhuis Lumen in Delft zou plaatsvinden. Ik schreef ook dat ik vanwege de thematiek en de plek waar de film zich afspeelt (het zuidelijk deel van het Pindos-gebergte), vooral uitkeek naar O gios tou filaka, de debuutfilm van Dimitris Koutsiabassakos.
Het verhaal van de film begint een tikkeltje ongeloofwaardig. We zien de televisiejournalist Markos in de stad Trikala een scene opnemen voor zijn candid camera programma. Hij legt voor de grap een tas met daarin een pistool op een bankje in de stad. Vervolgens filmt en registeert hij de reacties van voorbijgangers. Plotseling komt er een man – met een zwart lammetje dat achter hem aan huppelt – die het pistool meeneemt en verdwijnt. Dat levert een prachtige scene (en de foto op de filmposter) op van de bewuste man op een gele motor, met het zwarte lam in de zijspan.
Markos raakt in paniek (het pistool heeft hij stiekem van zijn vader ingepikt), maar hoort op de redactie van het televisiestation dat de bewuste man naar hem op zoek is, en inmiddels is teruggekeerd naar het dorp Pachtouri in het Pindos-gebergte. Dat blijkt ook het geboortedorp van Markos’ moeder te zijn. Markos reist de man na en vindt hem in het afgelegen besneeuwde bergdorpje. Zijn naam is Elias. Hij wil het pistool pas teruggeven als Markos hem helpt een probleem in het dorp op te lossen.
In feite is deze eigenaardige verhaallijn een kapstok waar de regisseur allerlei hedendaagse maatschappelijke thema’s aan ophangt. We zien de problematiek van de leegloop van de bergdorpen: in Pachtouri woont nog maar een handvol mensen. We zien de mannelijke inwoner van zo’n bergdorp die een jonge Albanese vrouw trouwt: hij, de filakas (degene die het dorp bewaakt en de sleutels beheert), heeft net als al die anderen het besluit genomen het dorp te verlaten en met haar een nieuw leven in Trikala te beginnen. We zien de jongere generatie die uit angst voor de grote stad in het dorp wil achterblijven, maar zich ook realiseert dat daar amper een toekomst ligt: in dit geval de zoon Elias, de gios tou filaka (zoon van de bewaker). We zien de andere, oudere, bewoners die zich in de steek gelaten voelen door degenen die vertrekken en bang zijn achter te blijven.
Dan is er nog de doofstomme broer die al decennialang brieven schrijft aan koning Constantijn, maar nooit antwoord krijgt. Deze broer zorgt voor een prachtig en tegelijkertijd triest einde van de film. Als de postbode hem uiteindelijk na al die jaren post brengt van koning Constantijn (in scene gezet door de journalist Markos), en hij verheugd het dorp in rent, realiseert hij zich plotseling bij de aanblik van dat lege dorp dat daar niemand meer woont aan wie hij het nieuws kan vertellen. Hij is de laatste inwoner.

Grieks filmfestival in Delft

Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on FacebookPin on PinterestEmail this to someone

logo_comp-825 oktober 2008,

Bij de woorden ‘Griekse film’ denkt vrijwel iedereen onmiddelijk aan Zorba de Griek, de film die regisseur Cacoyannis maakte op basis van het boek van Nikos Kazantzakis. Hoofdrolspeler Anthony Quinn danste op de muziek van Theodorakis en sindsdien kent iedereen ter wereld de sirtaki.
Iets minder bekend bij het grote publiek, maar toch ook wereldberoemd, is de regisseur Theodoros Angelopoulos. Zijn films zoals Landscape in the Mist, Ulysses’ Gaze, Eternity and a Day, zijn de afgelopen decennia vaak in de prijzen gevallen op internationale filmfestivals en hij heeft gewerkt met acteurs als Harvey Keitel en Bruno Ganz.
Maar er is vanzelfsprekend veel meer. Filmhuis Lumen in Delft heeft in samenwerking met de Griekse gemeenschap Den Haag en de Griekse ambassade een Grieks filmfestival georganiseerd. Het festival wordt aanstaande donderdag 30 oktober geopend door de Griekse ambassadeur Rallis en op zondag 2 november wordt de laatste film vertoond.
De openingsfilm is Nifes (Bruiden) van regisseur Pantelis Voulgaris en Martin Scorcese. In deze film reist een fotograaf in 1922 met een schip van Europa naar New York. Op de boot zijn ongeveer 700 bruiden aanwezig, die op weg zijn naar hun bruidegom in de Verenigde Staten.
Op vrijdag 31 oktober worden 4 korte films getoond, van maximaal 29 minuten. Een daarvan is de documentaire Of je gelooft of niet van Barbara Meter en Wim Oudshoorn. In deze documentaire staan de proskynitaria centraal. Dit zijn de ‘aandachtshuisjes’ die je overal langs de weg in Griekenland tegenkomt en die meestal de plek markeren waar iemand is overleden.
Op zaterdag wordt onder meer Ftina tsigara (Goedkope sigaretten) van regisseur en hoofdrolspeler Renos Haralambidis getoond, “een hommage aan het lummelen”, zoals de folder van Lumen vermeldt. Op de laatste dag onder meer een korte film over een Atheens gezin zonder mannen (Kali chronia, mama) en een film van Stergios Niziris Ine o theos mayiras?
Vanwege de thematiek en de plek waar de film zich afspeelt, kijk ik zelf vooral uit naar O gios tou filaka, de debuutfilm van Dimitris Koutsiabassakos. In deze film gaat de hoofdpersoon, journalist Markos, naar het afgelegen bergdorpje in de zuidelijke Pindos waar zijn moeder opgroeide. Daar raakt hij in conflict met een van de weinige achtergebleven inwoners. ‘fraai gefotografeerde debuutfilm over de voor- en nadelen van het traditionele dorpsleven dat ook in Griekenland zwaar onder druk staat’, zo belooft de folder.
 Voor meer informatie: www.filmhuislumen.nl