Impressies uit een land in crisis. Griekenland voorjaar 2014

Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on FacebookPin on PinterestEmail this to someone

Street Art Faith 47 & DAL29 maart 2014,

“Een crisis kan een zegen zijn voor ieder mens, en ieder land. Omdat iedere crisis vooruitgang brengt. Creativiteit ontstaat uit leed, zoals de dag wordt geboren vanuit de donkere nacht.”
Dat schreef Albert Einstein, en de natuurkundige lijkt in de Noord-Griekse stad Thessaloniki een beetje zijn gelijk te krijgen.

In het najaar van 2009 was ik voor het laatst in Thessaloníki. Ik maakte een rondreis langs wijnhuizen en wijngebieden in de noordelijke regio’s van het land: Thracië, Macedonië en Thessalië. De reis was bedoeld om materiaal te verzamelen voor mijn boek ‘Druiven en Droesem. Een reis langs Griekse wijngaarden’, dat twee jaar later zou verschijnen.
Het was in de maand september, vlak voor de verkiezingen van oktober 2009 waarbij Papandreou’s PASOK uiteindelijk zou winnen. De partijleider sprak in die dagen tijdens zijn campagne de fameuze – en later berucht geworden – woorden: “λεφτα υπαρχουν!” Geld was er, dat was zijn boodschap aan het volk.
Griekenland was schrikbarend duur tijdens die 4 weken durende wijnreis. Ik betaalde me blauw aan hotelovernachtingen. Zelfs in de meest kleine gehuchten in de uithoeken van het land, op een steenworp afstand van de grens van Turkije en Bulgarije, was de gemiddelde prijs voor een normale hotelkamer 100-125 euro per nacht. Boodschappen doen in een supermarkt was net zo duur als in Nederland en een café frappé op sommige terrassen kostte mij 5 euro. Dit kon niet langer goed gaan, was de gedachte die steeds weer opnieuw bij me opkwam in dat najaar.
4 oktober volgde, en de PASOK won het van de regerende Nea Demokratía. In de eerste maanden van de regeerperiode van de sociaal-democraten, de winter van 2009-2010, werd al snel duidelijk hoe slecht het met de economie van het land was gesteld. Niet alleen de Grieken werden met de neus op de feiten gedrukt, ook voor de rest van de Europeanen werd binnen een paar maanden duidelijk hoe desastreus de Griekse situatie was. Daarna werd alles anders in dit land.

Ippokratiou hospital, Nade & Nastwo

Ippokratiou hospital, Nade & Nastwo

Het is half maart 2014 als ik opnieuw in de havenstad ben. In de uitgaanswijk Ladádika zitten de terrassen vol. Tegelijkertijd is de helft van de restaurants en cafés die ik in 2009 nog zag, nu verdwenen. Gesloten. Failliet. “Alleen de besten zijn overgebleven”, zegt een ober die eerste avond.
Op zondag besluit ik per fiets de stad te verkennen. Via ThessBike kun je voor weinig geld een fiets huren en op meerdere plekken in de stad ook weer achterlaten. Nikos, de man die mij met mijn inschrijving en het benodigde pasje helpt, is 5 jaar geleden vanuit Duitsland naar Thessaloníki verhuisd. “Heftig”, zeg ik, “dus je kwam hier net voor de crisis”. “Ja”, zegt hij, “en toch ben ik blij dat ik de keuze heb gemaakt. Het leven is hier zoveel beter dan daar”.
Die ochtend fiets ik door de mij bekende stad. Ik ben op zoek naar de veranderingen sinds mijn laatste bezoek. Is de armoede groter geworden? Zijn er meer of minder daklozen en bedelaars op straat? Zitten de terrassen vol? Hoor ik nog steeds zoveel Bulgaars, Russisch en Albanees in bepaalde wijken van de stad? Het is geen waterdicht onderzoek, maar een fietstocht door de stad leert je meer over het huidige Griekenland dan het nieuws via de Nederlandse media volgen.

Live 2 & Apset, Melenikou

Live 2 & Apset, Melenikou

Ook wil ik vandaag de kunstwerken zien die een paar jaar geleden op een aantal grote muren zijn aangebracht, de zogenaamde ‘murals’. Street art floreert al jaren in Griekenland. Met name Athene is een walhalla voor de liefhebber van prachtige – en soms minder prachtige – straatkunstwerken.
Hier in Thessaloníki werd een paar jaar geleden – van 6 oktober tot 6 november 2011 – een kunstbiënnale gehouden, de 15e Biennale de la Méditerranée. Thema van dat jaar was ‘Symbiosis’ en de centrale vraag daarbij: “How could we live together in the present?”.
“We all share one fundamental common value”, lees ik in de brochure van het evenement, “we are al Mediterraneans. Despite the fact that religions, countries, political ideas, social values and personal behaviors differ, all these differences and their coexistence in a relatively small area, which has raised and nourished hundreds of millions of people for thousands of years, have managed to create something unique.”
Een van de onderdelen van het kunst-evenement was het project ‘Face Art- Public Murals’ van het kunstenaarscollectief Carpe Diem, opgericht door Vangelis Hoursoglou (Woozy) en Kyriakos Iosifidis. Carpe Diem zorgde voor een aantal prachtige nieuwe kunstwerken, verspreid over de stad. Zowel Griekse als buitenlandse kunstenaars stonden dagenlang op enorme steigers de metershoge schilderingen aan te brengen.

Ik fiets naar het Ippokratio ziekenhuis, waar de artiesten Nade en Nastwo een enorme muur met een blauwgekleurde grote betonnen stad hebben aangebracht. Twee gebouwen lijken verstrengeld in een omhelzing. Hun versie van de symbiose. Bij het kunstwerk van Blu, geschilderd op de muur van een studentenflat, worden de pilaren van het Parthenon gevormd door stapels goudstukken. Een pilaar is al bezweken en de tweede valt ook om. Het gebied eromheen ligt bezaaid met gevallen munten. In de Melenikou-straat, naast de beroemde Rotonda, prijkt een metershoog mannetje wiens hoofd wordt gevormd door een wereldbol met daarop de eurolanden afgebeeld. De ‘mural’ in de straat waar mijn hotel ligt, hoek Katouni-Polytechniou, is vooral mooi. De symboliek van het roodharige meisje met de enorme vogel boven haar hoofd, aangebracht door de Zuid-Afrikanen die opereren onder de namen Faith47 en DAL, kan ik niet zo snel ontdekken.
De kunst van Carpe Diem brengt wel degelijk kleur aan in deze miljoenenstad. Dat is wel duidelijk. Toch overheersen andere beelden. De mooie schilderingen in de stad worden afgewisseld met op muren aangebrachte hamers en sikkels, oproepen tot vrijlating van gevangenen en leuzen op de muur als ‘De staat eet stront’ …

Dit is het eerste deel van een serie over het Griekenland anno 2014.