De kouros van Naxos, een man die graag van steen zou zijn genezen

We staan met z’n allen om hem heen. Hij ligt aan onze voeten. Meer dan zes meter meet hij. Zijn rustplaats grenst aan een ruw gemetseld muurtje, een afscheidingsmuurtje van een weiland. De olijfboom die hem schaduw biedt, is waarschijnlijk eeuwenoud.
Hij is een kouros, zevenhonderd jaar voor Christus door een beeldhouwer gemaakt. Kouroi (meervoud van kouros) zijn beelden van jonge naakte mannen, meestal gemaakt om graven of tempels te sieren.

Op het eiland Naxos zijn in de afgelopen eeuwen meerdere kouroi gevonden. Deze, die hier vredig onder een boom ligt, is de kouros van Melanes. Bij het nabijgelegen dorp Potamia is een beeld van dezelfde omvang gevonden. En dan is er nog een reusachtige stenen jongeling bij Apollonas, in het uiterste noorden van het eiland, met een lengte van maar liefst 10,45 meter. Dan zijn er nog twee andere Naxiotische kouroi, maar die sieren inmiddels de musea van Naxos en Athene.

Ook James Theodore Bent – de 19e eeuwse schrijver wiens boek over de Cycladen ik tijdens deze reis lees – maakt melding van de beelden. Hij heeft het op pagina 361 van zijn boek over “… the unfinished colossal statue of Apollo,…”, waarschijnlijk het beeld van meer dan 10 meter. Hij vraagt zich af waarom het beeld daar ligt. Was het bedoeld om het gesneuvelde beeld van Apollo op het nabij gelegen eiland Delos te vervangen? Werd het nooit afgemaakt omdat het marmer niet perfect genoeg was? Of lijkt het marmer slecht omdat het doodeenvoudig door het verstrijken van de tijd is aangetast?

Inmiddels weet men – met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid – dat de beelden inderdaad niet af zijn, omdat de makers gaandeweg zagen dat het marmer niet perfect genoeg was. De beelden werden meestal achtergelaten op de plek waar het marmerblok uit de berg werd gehouwen of werd bewerkt.

Die avond dineren we in Chora bij restaurant Flamingo, met uitzicht op de haven. We praten na over de stenen mannen van Naxos en hoe curieus het is dat de beelden al meer dan tweeduizend jaar lang op dezelfde plek liggen. ‘s Avonds laat denk ik aan een gedicht dat ergens in een boek thuis te vinden moet zijn. Bij thuiskomst zoek ik het. Het is geschreven door Tom van Deel, jarenlang literair criticus van Trouw en Griekenland-liefhebber:
“Hij was bedoeld uit wit marmer op te staan
maar ligt, onaf, gedrukt tegen de berg,
 zijn been gebroken, en ziet het ruggelings
 met stijve armen aan. Een man die graag
van steen zou zijn genezen,
 die droomt van scheep te gaan,
 maar aldoor onbeweeglijk
de regen op zich laat. Geborene die
 in rots bleef steken en langzaam slijt
 tot onbehouwen staat.”

21 november 2012