Dilemma in de Agrafa

Foto: Agrafa. Bericht: Dilemma in de Agrafa. www.andergriekenland.nl“I went because the name of the place means unwritten. Since I had first heard of Agrafa, I knew I had to see it”, schreef de Amerikaanse journalist Sean Brander begin augustus in de Athens News. Brander maakte afgelopen zomer een trektocht door de Agrafa en schreef daar 2 artikelen over.

Agrafa is het noordelijk deel van het departement Evritania. Het langgerekte Pindus-gebergte, dat als een ruggengraat van Albanië tot aan de Golf van Korinthe het vasteland van Griekenland vormt, loopt hier dwars doorheen. Bergen, bossen en rivieren, dat zijn de kenmerken van dit gebied en daarom wordt het ook wel het Zwitserland van Griekenland genoemd.
Agrafa, dat ‘onbeschreven’ betekent, dankt zijn naam aan het feit dat de Turken tijdens hun eeuwendurende heerschappij geen grip konden krijgen op de dorpen in deze onherbergzame streek. De bergen in de Pindus vormen in dit gebied 2000 meter hoge wanden die de dorpen omsluiten. De enige smalle doorgang wordt gevormd door de plaats waar de Agrafiotis-rivier via het Krematonmeer richting zee stroomt. De ontoegankelijkheid en onbegaanbaarheid gaven de Turkse autoriteiten in die periode weinig mogelijkheden de regio onder controle te krijgen. De dorpen bleven daardoor ‘onbeschreven’ in de belastingboeken van de Turkse overheid. Om toch een zekere controle te hebben, stelde de sultan een plaatselijke leider aan en verleende hij de inwoners een vorm van zelfbestuur. Maar het vermoeden bestaat dat er al veel langer sprake was van onbeschrevenheid en autonomie, nog voordat de Turken het huidige Griekenland veroverden, in de Byzantijnse tijd.

Ook ik dacht een paar jaar geleden: een Grieks gebied waarvan de naam Onbeschreven betekent, wiens inwoners de Onbeschrevenen worden genoemd, dat alle reisgidsen links laten liggen en waar een kaart amper lijnen aan besteed, daar wil ik heen. In de zomer van 2004 maakte ik dan ook een trektocht vanuit het dorp Neochori aan het Plastirameer dwars door de Agrafa.
Het gebied was inderdaad nog redelijk onaangetast en dunbevolkt. Pensions en hotels waren amper te vinden, zodat we een paar keer noodgedwongen buiten sliepen, meestal in de tuin van een kerk. De inwoners waren allemaal op leeftijd. “Je vindt hier alleen maar stenen en oude mannen” zoals een van de inwoners in het dorpje Vrangiana het zelf zei. De weinige pickup trucks die ons passeerden, boden ons stuk voor stuk een lift aan, want dat is men gewend in gebieden waar men op elkaar is aangewezen. De jonge onderwijzer van het dorp Agrafa, Vangelis, was blij een keer met andere mensen dan de plaatselijke inwoners te kunnen te praten, en bestookte ons dan ook met verhalen over de regio, het dorp, de plaatselijke weldoener (de oprichter van de landelijke parfumerie-keten Hondos Center) en de problemen van het Griekse onderwijssysteem. De ochtend van vertrek kregen we een paar kilo pruimen voor onderweg.

Kortom: het was fantastisch, ongerept, hartverwarmend. En interessant, want een soort laatste Terra Incognita. Toch hadden we ook kritiek. We betreurden de aanleg van de verschillende asfalt- en zandwegen door de bergstreek. Veel oude paden die nog op onze kaart stonden, waren inmiddels verdwenen. Door bulldozers vernietigd in een drang tot het ontsluiten van het gebied. De inwoners waren blij, want zo was de route naar een bank of supermarkt minder problematisch dan voorheen. En kon je misschien nog op tijd een ziekenhuis bereiken als je een hartinfarct kreeg, zei één van de senioren onderweg, enigszins weifelend.
Ook de Amerikaanse journalist worstelde met dit dilemma. Hij beklaagde zich bij de Agrafioot die hem een lift gaf over de moeite die het kostte een wandelpad te vinden in een gebied waar wegen werden aangelegd. De Griek bepleitte juist het aanleggen van nog meer wegen en vervloekte de politici die niet voor nog meer asfalt zorgden.
”All the roads I had seen, all the roads I had gotten sick of, and again I met someone who only wanted more of them” , zo schreef Brander. ” To me they were only destruction. To the people of the Agrafa, they were a sign of prosperity and connection – when they were good, anyway – and a sign of lingering poverty and isolation when they were poor. To connect with the world no longer meant destruction; it meant survival. It meant escape,” zo concludeerde hij.

11 september 2008