De veranderde wereld van Kalymnos

geplaatst in: Nieuwsberichten | 0

Bron: spongefishing-museum.gr.. Bericht: De veranderde wereld van Kalymnos. www.andergriekenland.nlVanmiddag las ik over Benghazi, de tweede stad van Libië, in het noordoosten van het land. Daar brak de opstand tegen leider Khadafi uit en maken de rebellen sinds half februari 2011 de dienst uit. Maar datgene wat ik vanmiddag las, ging over een totaal ander aspect van Benghazi: de sponzenvisserij.

In het boek The Sea and the Stone, geschreven door het Australisch echtpaar Charmian Clift en George Johnston staat de sponzenvisserij van het Griekse Kalymnos centraal. Het echtpaar verbleef op het eiland in 1954-1955 en schreef er deze roman.
 De bewoners van Kalymnos en de omliggende eilanden van de Dodekanesos hebben lange tijd op een bijzondere manier in hun levensonderhoud voorzien. Lange tijd, dat wil zeggen, eeuwenlang. De mannelijke eilandbewoners haalden de spons, een primitief dier dat op de bodem van de zee leefde, naar boven. Dat dier werd gewassen, gedroogd, gebleekt en verhandeld.

Eeuwenlang was de methode van de sponzenvissers vrijwel hetzelfde. Men voer de zee op, waar de duiker naar beneden dook en de sponzen plukte. Meestal was er een grote steen aan hem bevestigd, zodat hij sneller naar beneden zakte. Er was geen tijd te verliezen. De sponzen zaten vaak op zo’n 30 meter diepte, en de duiker had hooguit een paar minuten – afhankelijk van zijn conditie – om zoveel mogelijk sponzen te plukken. De sponzen werden gebruikt tijdens het baden, voor de schoonmaak, maar ook om flessen en potten te dichten.

Halverwege de 19e eeuw veranderde de vismethode: primitieve duikerspakken en apparatuur werden geïntroduceerd. Hiermee kon de duiker dieper zakken en langer op de zeebodem blijven. Het eiland Kalymnos beschikte in die periode over honderden schepen en trailers en werd het centrum van de sponzenvisserij. Duizenden eilandbewoners konden van deze tak van sport leven. De handel breidde zich ook uit buiten de Griekse zeeën. De boten gingen naar de kusten voor Tunesië, Libië, Egypte, Syrië en Libanon en de bemanning bleef maanden van huis. Het werk was lucratief; sommige Kalymnioten – met name de scheepseigenaren en handelaren – werden rijk van de visserij en de handel in sponzen.

Het ambacht was niet zonder risico. Vele duikers lieten het leven door decompressie of raakten verlamd. Uit onderzoek blijkt dat alleen al tussen 1886 en 1910 – de hoogtijdagen van de sponzenvisserij – 10.000 Kalymniotische mannen tijdens het duiken stierven. Dit had vanzelfsprekend enorme gevolgen voor de psyche van het eiland. Vele vrouwen werd op jonge leeftijd weduwe, moeders verloren hun mannen en zonen, kinderen hun vaders.
In de tweede helft van de 20e eeuw kwam er gaandeweg de klad in de sponzen-inkomsten.
Niet de komst van de synthetische spons was daar zozeer de oorzaak van, maar overbevissing, vervuiling en ziektes deden de sponsbestanden sterk doen teruglopen.
Het echtpaar Clift en Johnston arriveerde in 1954 op het eiland, toen er nog geen toeristen kwamen en er nog volop op sponzen werd gevist door de inwoners. De mannen trokken naar de wateren van Egypte en Libië, onder meer voor de kust van Benghazi.

Clift en Johnston leefden gedurende zes maanden temidden van de eilandbewoners en tekenden hun observaties op. In zekere zin is deze roman daarmee één van de laatste ooggetuigenverslagen van het verdwijnend beroep van de Griekse sponzenvisser. En had de romanfiguur Telfs het op de tweede pagina in het boek bij het rechte eind toen hij zei: “De hele godvergeten wereld, alles – is aan het veranderen. Het is wel overal aan het veranderen natuurlijk, maar meestal kun je dat niet zien omdat het teveel tegelijk is, te dicht op elkaar, alles teveel in elkaar verward. Maar op Kalymnos, daar kun je het zien: het verleden, het heden… en ik denk ook wel de toekomst, als er tenminste een toekomst is.”
De sponzenvisserij bestaat tegenwoordig nog steeds, weliswaar op kleinere schaal dan vroeger. In de Griekse wateren zijn amper nog sponzen te vinden, dus tegenwoordig varen de schepen niet alleen naar Noord-Afrika maar nog veel verder. De winkels op Kalymnos liggen nog steeds vol met sponzen, maar schijn bedriegd. Geïmporteerde sponzen uit Tarpon Springs in Florida (waar veel Grieken in deze handel zitten) en de Bahama’s liggen broederlijk naast de lokale variant.

9 april 2011