Een land dat zijn tradities niet koestert, is als een losgeslagen schip op zee

geplaatst in: Nieuwsberichten | 0

Foto: Domna Samiou. Bron: tv's.gr. Bericht: Een land dat zijn tradities niet koestert... www.andergriekenland.nlBinnen zes weken verloor de Griekse muziekwereld twee iconen, twee voorvechters van de Griekse volksmuziek. Een aantal weken geleden, op 9 maart, overleed Dómna Samíou. En vorige week, op 19 april, werd de zanger Dimítris Mitropános begraven.

Dómna Samíou, die 83 jaar oud werd, heeft zich haar hele leven lang gewijd aan Griekse volksliederen, de dhimotiká. Haar vader was afkomstig van Smyrna in Klein-Azië en vluchtte in de jaren ’20 van de vorige eeuw naar Athene. Daar werd Samíou in 1928 geboren, in Kesarianí, destijds een stukje platteland buiten Athene, nu één van de vele volgebouwde wijken van de miljoenenstad. Als klein kind begon ze met zingen en al op 13-jarige leeftijd kreeg ze zangles van Simon Karrás, de beroemde musicoloog. In het koor van Karrás groeide haar interesse voor de traditionele Griekse muziek, de dhimotiká. Vanaf de jaren ’50 werkte ze voor radiostation E.I.R. , waar ze vooral deze dhimotiká draaide. Maar blijkbaar was dat werk niet voldoende om haar nieuwsgierigheid naar de volksliederen te bevredigen. Gewapend met een bandrecorder toog zij vanaf de jaren ’60 de Griekse dorpen op het platteland in om de inwoners te vragen hun traditionele muziek voor haar te zingen en te spelen. Ze zag met lede ogen dat deze muziek dreigde te verdwijnen en was ervan overtuigd dat de cultuur behouden diende te worden. “Een land dat zijn tradities niet koestert, is als een losgeslagen schip op zee,” beweerde Samíou. Bij thuiskomst in Athene zong de dame met de karakteristiek grijze kuif de liederen vervolgens zelf na en werden ze op grammofoon uitgebracht. Ook werd in de jaren ’70 een 19-delige tv-serie over haar tochten uitgezonden. In 1981 richtte ze de Καλλιτεχνικός Σύλλογος Δημοτικής Μουσικής Δόμνα Σαμίου (Domna Samiou Greek Folk Music Association) op.

Op de website van deze organisatie zijn veel van de liederen die Samíou heeft verzameld, te beluisteren en zijn de volledige teksten te lezen. Zie www.domnasamiou.gr
In augustus 2010 zond de NTR nog een documentaire met de titel ‘Domna en haar kleinkinderen’ uit. De documentaire laat niet alleen het leven en werk van Samíou zien, maar geeft ook een goed beeld van de geschiedenis van de Griekse muziek in de 20e eeuw. De documentaire is nog te zien via www.uitzendinggemist.nl

Ook de zanger Dimítris Mitropános begon al op jonge leeftijd met muziek. Hij was pas 16 toen hij in de jaren ’60 in Atheense café’s laïká zong, de volksmuziek die in de jaren ’50 uit de rebétika is voortgekomen. Bijna vijftig jaar lang werkte hij met musikale grootheden als Grigóris Bithikótsis, Míkis Theodorákis, Mános Chatzidákis en Giórgos Zampétas. De zanger uit Tríkala was in zijn jonge jaren actief bij de Lambrakis-jongeren, een linkse jeugdbeweging.
Ook later zou hij altijd zijn linkse sympathieën houden, alhoewel dat amper in zijn muziek tot uiting kwam. Hij zong vooral over de liefde, het onderwerp van de meeste laïká-muziek. Zoals bijvoorbeeld één van mijn favorieten, Κοιμήσου (“Ga maar slapen”) en niet te vergeten zijn lied over Thessaloniki,  Σ’ αναζητώ στη Σαλονίκη (“Ik zoek je in Thessaloniki”) dat hij een paar jaar geleden ook ten gehore bracht in het televisieprogramma Στην Υγειά μας www.youtube.com. Mitropános werd 64 jaar.

25 april 2012