“The ultimate taboo”, deel 3

geplaatst in: Nieuwsberichten | 0

Mensenrechten-activist Dimitras heeft gesproken over het bestaan van een Macedonische minderheid binnen de Griekse grenzen en wordt om die reden binnenkort door justitie voorgeleid. Hij is niet de enige die te kennen wordt gegeven dat hij zijn mond moet houden over deze kwestie. Half oktober 2008 werden vier Macedonische journalisten, afkomstig uit buurland FYROM en op weg naar Griekenland, bij de grens vastgehouden en Griekenland uitgezet. Zij kregen niet de gelegenheid de dorpen rond de Griekse stad Florina te bezoeken en een reportage te maken over de Macedonische minderheid.
Hoe zit het nu met die minderheid? De informatie die ik vind, is divers van aard. Voor- en tegenstanders van het bestaan van de minderheid doen beide verwoede pogingen hun standpunt duidelijk te maken. Objectiviteit is ver te zoeken.

In de provincie Macedonië wonen klaarblijkelijk mensen die een Slavische taal of dialect spreken. Voor de meeste mensen geldt dat ze de Griekse nationaliteit hebben, het Grieks-orthodoxe geloof belijden, en Grieks spreken. Maar daarnaast spreken ze Slavisch, ze zijn dus tweetalig. Ze worden ook wel Dopii (dat in het Engels ‘locals’ betekent) of Slavo-Macedoniërs genoemd. Sommige geven aan zich Grieks te voelen, anderen ontkennen dat weer. Alhoewel de kennis van de taal en cultuur van de Slavo-Macedoniërs langzaam lijkt te verdwijnen, doet een deel van deze minderheid pogingen, de taal en cultuur in stand te houden. Vrijwel iedere poging daartoe wordt echter door de Griekse overheid de kop in gedrukt. Culturele verenigingen worden verboden en feestelijke activiteiten met Slavo-Macedonische dans en muziek worden afgelast.

Sinds 1995 heeft de minderheid ook een eigen politieke partij, Ουράνιο Τόξο (Regenboog). Deze partij bepleit de erkenning van de etnische minderheid, maar benadrukt dat van separatistisch streven geen sprake is. Dat wil zeggen: ze hebben niet de wens, zich bij de republiek FYROM aan te sluiten.
Iedere uiting van wetenschappers, journalisten of politici in de media over deze minderheid, leiden tot een stortvloed van reacties. Toen Alexis Heraclides, hoogleraar Internationale Betrekkingen aan de Panteion-universiteit van Athene, afgelopen zomer in een interview de overheid opriep de Macedonische minderheid te erkennen, waren de scheldpartijen op internet-fora over deze ‘Anti-Hellenic’ niet van de lucht.
In het artikel Politicizing Culture: Negating Ethnic Identity in Greek Macedonia, gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Journal of Modern Greek Studies beschrijft de antropologe Anastasia Karakasidou hoe ze begin jaren ’90 de regio rond Florina bezocht en met dorpelingen sprak. De ouderen onder hen vertelden haar hoe ze in de periode Metaxas (1936-1941) gedwongen werden te ‘helleniseren’. Ze werden verplicht om Grieks te spreken, en dit ging niet altijd zachtzinnig. Als ze toch betrapt werden op het spreken van het Slavisch, werden ze gedwongen publiekelijk motor-olie te drinken. Een middel om hun mond te zuiveren. Sommigen werden zelfs gemarteld. Slavische plaatsnamen en familienamen werden omgezet in Griekse, en de Slavische cultuuruitingen (dans, muziek, kleding, e.d.) werden verboden.

Officieel standpunt van de Griekse overheid, ook tegenwoordig dus nog, is dat deze Macedonische minderheid gewoonweg niet bestaat. In juli van afgelopen jaar ontkende premier Karamanlis nog publiekelijk het bestaan van de minderheid. Minister-president Nikola Gruevski van FYROM (Former Yugoslavia Republic of Macedonia) had Karamanlis een brief geschreven waarin hij Griekenland verzocht deze minderheid op Grieks grondgebied te erkennen. Een politieke pesterij, mede gezien de discussie over de naamgeving van FYROM. Karamanlis schreef in zijn antwoord aan Gruevski: “There is no ‘Macedonian’ minority in Greece. There never has been. In this respect, any allegations regarding the existence of such a minority are totally unfounded, politically motivated and disrespectful of the historic realities of the region.”
Een paar maanden later, in november 2008, leidde de discussie over de Macedonische minderheid wederom tot een slachtoffer: belangrijk media-adviseur uit de Pasok-geledingen, Grigoris Vallianatos, werd door partijleider Papandreou ontslagen omdat hij op de televisiezender Extra 3 onder meer had gezegd dat Griekenland de kwestie met de Macedonische minderheid moest oplossen door deze te erkennen.

3 februari 2009