De Griekse knopen van Bertus Aafjes

geplaatst in: Boekrecensies | 0

`De gedichten en verhalen laten zich verbinden, en een van de knopen is Griekenland”, zo lees ik in een artikel van Mario Molenaar over Bertus Aafjes in het winternummer van Lychnari van 2006.
 Bertus Aafjes (1914-1993) was dichter, reisjournalist en romanschrijver. Hij is vooral beroemd geworden vanwege Een voetreis naar Rome, een verslag uit 1946 dat ook tegenwoordig nog wordt gelezen door de avonturier die zich te voet naar Rome begeeft. Een van zijn boeken staat al jaren in mijn kast, In de schone Helena. Op reis door Griekenland, Spanje, Frankrijk en Nederland. Mijn exemplaar is vergeeld en valt bijna uit elkaar. Het is dan ook de eerste druk, uit 1960.

In feite gaan alleen de laatste 40 pagina’s van het boek over Griekenland. Aafjes schrijft daarin over zijn bezoek aan Mycene en de vlakte van Argos, en doet nog eens uit de doeken wie Heinrich Schliemann is. In Mycene vindt hij onderdak in pension La Bella Hélene, door de schrijver omgedoopt in De schone Helena, wat meteen de naam van het boek verklaard. Het pension wordt gedreven door de gebroeders Agamemnon en Orestes. En – kan het mooier? – Helena, hun zus, is een aantal jaren daarvoor plotseling verdwenen, vertelt een andere hotelgast aan Aafjes. Net als Helena van Troje.

Ik heb Aafjes jaren geleden geschaard onder de grote hoeveelheid Griekenland-gangers die met de Pausanias onder hun arm het twintigste eeuwse Griekenland bezoeken. Mede vanwege zijn andere boek: Goden en eilanden. Een reisboek over Griekenland, waarin hij aan de hand van Homerus’ Odyssee het land bereisd. Ook in deze passages over Mycene gaat hij weliswaar op zoek naar het klassieke Griekenland, maar lijkt hij gaandeweg ook oog te krijgen voor het andere Griekenland, getuige de volgende sympathieke passage:
 “Wat een ongekende sensatie eigenlijk, dwalen door Griekenland, dwalen door de Peloponnesos, dwalen door de vlakte van Argos. Als gij daartoe ooit in de gelegenheid zijt, doe het dan als waart gij een arme student, die geen drachme teveel op de rug groeit. Versmaad de luxueuze bussen der reisverenigingen die u glad, geruisloos en gegarandeerd naar de meest beroemde plekken van Hellas voeren. Huur een ezel. Of reis, stukje voor stukje en beetje voor beetje, met de plaatselijke autobussen – te midden van kakelende kippen, mekkerende geiten, slapende popen en echte Grieken. Overal langs de weg kunt gij uitstappen en overal wacht u een verrassing.”

20 maart 2008