Mystras, de parel van de Peloponnesos

geplaatst in: Reisblog | 0

Meer dan 800 jaar geleden besloot de Frankische koning Willem II de Villehardouin een groot fort te laten bouwen om zijn rijk – een groot stuk van de huidige Peloponnesos – beter te kunnen verdedigen. Hij koos daarvoor een steile heuvel op de flanken van het Taïgetos-gebergte. Het was een onneembare vesting op een hoogte van 623 meter met een geweldig uitzicht over de vallei.
Lang genoot de koning niet van zijn kasteel. Tien jaar na de bouw werd hij in Macedonië gevangengenomen door de vijand, de troepen van de Byzantijnse keizer. In ruil voor zijn vrijheid moest hij dit fort en andere delen van zijn imperium afstaan.

De Byzantijnse heersers zagen het nut van de bijzondere vesting natuurlijk ook in en besloten in het jaar 1348 om Mystras tot hoofdstad van het despotaat Morea (het grootste deel van de Peloponnesos) te maken. Inmiddels was er op de steile helling bij het fort al een kleine nederzetting ontstaan en die groeide in de 14e eeuw gaandeweg uit tot een grote stad. Onder de Cantacuzenus- en Paleologus-dynastie (familieleden van de Byzantijnse keizer) werd Mystras het centrum van de politieke en culturele hellenistische renaissance. Er werden prachtige kerken en kloosters met unieke fresco’s en rijk versierde paleizen en woonhuizen gebouwd. In de hoogtijdagen woonden er meer dan 40.000 mensen. De stad raakte ook befaamd vanwege de goed gevulde bibliotheek en de schrijvers die er woonden. Niet voor niets was Mystras in die tijd bekend onder de naam ‘de parel van de Morea’.

In 1460 was het gedaan met de Byzantijnse overheersing en viel de stad aan de Ottomanen. In de eeuwen daarna zouden verschillende volkeren en stammen hier de scepter zwaaien, tot begin 19e eeuw de Griekse onafhankelijkheidsoorlog uitbrak. Otto I, de kersverse koning van de nieuwe staat Griekenland, liet in 1832 een nieuwe stad verrijzen op de restanten van het antieke Sparta, en de meeste inwoners van Mystras verruilden hun verouderde woningen voor het moderne Sparta, 5 kilometer verderop. De eens zo prachtige stad verviel langzaam tot een ruïne. In 1952 waren alle inwoners weggetrokken; alleen de nonnen van het Pantanassa-klooster wilden en mochten hier blijven wonen.

Tegenwoordig is de middeleeuwse stad voor een groot deel gerestaureerd en als archeologische site weer toegankelijk voor bezoekers. Sinds 1989 staat Mystras ook op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Zelf bezocht ik Mystras voor het eerst in 1995, en nogmaals in 1998. Beide keren was het zo ongelofelijk heet op de flanken van het Taïgetos-gebergte, dat ik binnen een uur wegvluchtte uit de stenen stad waar de felle zon lastig te ontwijken was. Jarenlang had ik daar spijt van, omdat ik me vaak realiseerde dat Mystras een van de mooiste plekken is waar ik ooit ben geweest.
Deze keer heb ik meer geluk. Het is een koele juni-dag en in de ochtend heeft het zelfs nog geregend. De temperatuur is ideaal voor een uitgebreid bezoek. Er is nog meer regen voorspeld, en dat is waarschijnlijk de reden dat er vrijwel geen andere bezoekers zijn. Een perfecte situatie om mooie foto’s te maken.
Ik verken op mijn gemak de benedenstad met de vele kerken, geniet van de ongelofelijke vergezichten over de vallei maar begin me na een uurtje toch wel zorgen te maken over de steeds donker wordende wolken boven de bergen. Het zal toch niet zo zijn dat mijn bezoek voor een derde keer door de weersomstandigheden vroegtijdig wordt beëindigd? De weinige bezoekers die er zijn, bewegen zich al gehaast door de smalle straatjes met de gladde kinderkopjes richting uitgang. En dan, een half uur later, is echt iedereen verdwenen maar breekt ook plotseling de zon door. Ik heb de stad voor mezelf!
De rest van de middag klim ik gestaag verder naar boven op de steile helling, ondertussen alle prachtige gebouwen verkennend. Na een paar uur ben ik helemaal boven bij het oorspronkelijke fort, het ‘kastro’. En daar boven, zittend op de restanten van de kasteelmuren, op het hoogste punt van de stad, is het uitzicht adembenemend. Aan de ene kant – aan de achterkant van de stad – torenen de wanden en ravijnen van het 2400 meter hoge gebergte boven mij uit. Aan de andere kant heb ik zicht op de uitgestrekte Evrotas-vallei, de moderne – wit oplichtende – stad Sparta en het duizenden meters hoge Parnon-gebergte aan de overkant van het brede dal. En daar zit ik nog een hele tijd totdat een suppoost mij vlak voor sluitingstijd komt vragen het terrein te verlaten.

 

* als je met je cursor naar de foto gaat, zie je het bijbehorend onderschrift.