Tragaia, de Arcadische hoogvlakte van Naxos

Geplaatst in: Mijn reizen | 0

Het eiland Naxos is groot, maar liefst 429 km². Daarmee is dit eiland ook meteen het grootste van alle 220 eilanden die tot de Cycladen behoren. De meeste toeristen gaan naar Chora, de hoofdstad, waar ook ik deze dagen logeer. Maar vandaag bezoek ik Tragaia, de hoogvlakte van Naxos. Een compleet ander gebied, alhoewel het maar enkele kilometers verwijderd ligt van het drukke Chora.

Eind 19e eeuw maakte de Britse archeoloog James Theodore Bent dezelfde tocht. Ook hij bezocht vanuit de hoofdstad – destijds nog ‘Naxia’ geheten – het bergachtige binnenland. “Trajaia is a lovely spot, with seven prosperous villages, nestling under the shadow of Mount Jupiter, and covered with olive trees,” schreef hij in 1885 in zijn boek The Cyclades, or Life Among the Insular Greeks.

De Griekse gids brengt ons eerst naar het dorpje Sagri, ongeveer 11 kilometer ten zuidoosten van Chora. Daar ligt op een soort hoogvlakte met uitzicht op zee en op de achtergrond de hellingen van de iets meer dan 1000 meter hoge berg Za (door Bent nog ‘Mount Jupiter’ genoemd), het restant van een Ionische tempel. Het is de Tempel van Dimitra, gewijd aan de godin van het graan en van de landbouw. Geen vreemde plek voor een heiligdom voor deze godin. De Tragaia-vlakte is van oudsher een vruchtbaar gebied en ook vandaag de dag komen hier olijven, aardappels, druiven en verschillende soorten groenten vandaan.
De uit wit Naxos-marmer opgetrokken tempel is rond 530 voor Christus gebouwd. Een paar eeuwen na Christus werd er onder invloed van het christendom een kapel in gebouwd, die echter in de 6e eeuw weer werd vernietigd bij de invasie van Arabieren. Griekse archeologen ontdekten de restanten en in 1949 werd onder leiding van de archeoloog Nikolaos Kontoleon gestart met het blootleggen van de overblijfselen en jaren later met de restoratie. Daarbij werd in 1977 ook de kapel in ere hersteld. Deze is wel een eindje verderop geplaatst, niet op de oorspronkelijke plek in de tempel. Midden jaren ’90 nam een team van Duitse archeologen onder leiding van Gottfried Gruben het werk over en in 2001 werd de restoratie afgerond. Op deze website is te zien hoe de tempel er nu uitziet en hoe het geheel er enkele eeuwen voor Christus uit zag:
www.digital-archaelogy.com

Vier kilometer verder noordoostwaarts ligt het dorp Damalas. Het kleine dorpje – waarvan de naam ‘kalf’ betekent – is tegenwoordig om twee redenen een trekpleister voor de cultureel geïnteresseerde tourist: de oude olijfpers (nu in gebruik als museum) en de pottenbakkerij van Manolis Limpertas. De energieke pottenbakker vertoont ons zijn kunsten op de schijf en geeft een uitgebreide demonstratie van de werking van oude gebruiksvoorwerpen van klei als de sifouni en de tyromethira.

De bus brengt ons verder de Tragaia in. We krijgen te horen dat de inwoners van het eiland Naxos 75% van hun inkomsten in de landbouw verdienen, en dat 25% via de toeristen-industrie wordt vergaard. Een verrassende verdeling, die op de meeste Cycladische eilanden waarschijnlijk precies omgekeerd is.  Nog verrassender is het gegeven dat het hierbij niet zozeer om olijven en druiven gaat, maar dat Naxos befaamd is vanwege zijn aardappelen en koeien. De laatste zijn zelfs uit Nederland geïmporteerd. En inderdaad, na het aanhoren van dit verhaal zien we op vele plekken zwart-wit gevlekte koeien lopen.

Dan is het tijd voor drank. In het dorp Chalki ligt in een pittoresk straatje tussen de barretjes en winkeltjes de oude destilleerderij van de familie Vallindras. Sinds 1896 wordt hier een soort eau de vie gestookt van de citrusvrucht. Het bijzondere is dat deze kitron niet wordt gemaakt van de vrucht, maar van de bladeren van de struik. Er worden ons drie varianten voorgezet: de groene kitron met een alcoholpercentage van 30%, de gele soort van 35% en de heldere variant die maar liefst 40% alcohol bevat.

Na de drie borrels in Chalki wordt er nog een stop gemaakt bij een prachtig kerkje: Panagia Drossiani in Moni. Het is een van de oudste Byzantijnse kerkjes van Griekenland, uit de 6e eeuw, met op de binnenmuren de oudste fresco’s van de hele Balkan. Het kerkje lijkt bijna volledig in het landschap op te gaan; de kleuren van de muren zijn exact hetzelfde als de rotsen eromheen.

Een zigeuner beneden bij de parkeerplaats roept ons op de spullen van zijn marktkraam te kopen: “Einde van het seizoen, alles mag weg voor 1 euro!” We verzamelen stenen, een amulet met het blauwe oog, schelpen en andere prullaria. Het blauwe oog zal het kwaad buiten de deur houden, zo verzekert hij me. En dat voor 1 euro.

10 november 2012